|
Feministisch blufpoker met vals dodental
Het manifest Stop huiselijk geweld!, dat door de Landelijke Werkgroep van die naam op 9 mei 2000 aan de minister van justitie werd aangeboden, stelt het gegeven partnerdoding duidelijk voorop: 'Zo'n 60 tot 80 vrouwen en 40 kinderen overlijden per jaar aan huiselijk geweld.'
Dat doet opschrikken. Maar een bron voor het aantal omgebrachte vrouwen staat er niet bij, wat opvalt omdat het manifest bij al zijn andere cijfers wel netjes de bron in een voetnoot vermeldt. Wat is de bron van het getal 60-80? Rondbellen en doorvragen brachten geen opheldering en de conclusie lijkt onvermijdelijk: zo'n bron is er niet. Het getal van 60-80 per jaar door hun (ex-)man of vriend vermoorde vrouwen is voor het eerst genoemd door Annemarie Brughuis, officier van justitie in Arnhem, in een tv-programma B & W in oktober 1999. In een interview in Opzij van december 1999 verklaart mevrouw Brughuis nader waarom het daarbij te doen is: "Onorthodoxe maatregelen...Vrouwenmishandelaar moet preventief in hechtenis."
Dat had de werkgroep Vrouwenmishandeling trouwens al in l993 aan het College van procureurs-generaal voorgesteld: 'verruiming van de mogelijkheid tot aanhouding buiten heterdaad van een verdachte.' In juristentaal: "voorlopige hechtenis als justitiele interventiestrategie" of korter: "bestuurlijke ophouding". Komt dat erop neer dat mijnheer eventueel door de politie kan worden meegenomen als mevrouw alleen maar vreest dat hij misschien wat lelijks van plan is? Of ook als zij hem om een andere reden de deur uit wil hebben? Mijnheer ophalen op verzoek van mevrouw? Blijkbaar wel. Het manifest Stop huiselijk geweld! heeft het plan nader uitgewerkt: Er zijn vluchthuizen voor vrouwen maar "het is eigenlijk te gek voor woorden dat niet de dader maar het slachtoffer noodgedwongen het huis verlaat. In een aantal landen is het andersom: daar kan via specifieke wetgeving de dader gedwongen worden uit huis te vertrekken." De landen die men daarbij in gedachte heeft waren, volgens een toelichting op de radio, Oostenrijk en Belgie.
Gemaatregelde Belgen De ironie van die voorbeelden is de mensen van het manifest glad ontgaan. Oostenrijk werd net door heel de EU geboycot wegens twijfel aan de democratische gezindheid. En in Belgie is de rechtsbedeling al jarenlang een moeras: het botte 'spaghetti-arrest' in verband met de zaak-Dutroux leidde er in l996 tot een witte protestmars van honderdduizenden mensen en aansluitend tot een soort volksopstand. Bij praktisch alle Belgische gerechtsgebouwen werden de ruiten ingekegeld. Daarbij was de zaak-Dutroux maar een deel van de reden: woede had zich met name opgekropt door de gerechtelijke slakkengang: het simpelste civiele proces (een eenvoudig echtscheidingszaakje b.v.) kan in Belgie al gauw vijf tot tien jaar duren. Het gevolg is het gedijen van snelle 'voorlopige' maatregelen die nooit meer worden teruggedraaid en het karakter van gerechtelijke willekeur dragen. Bij zaken van huiselijke onvrede zijn dit de 'dringende voorlopige maatregel bij de vrederechter' ( = onze kantonrechter) die de 'dader' - om met het manifest te spreken - per kort geding dwingt het huis te verlaten. Deze mogelijkheid is ingevoerd in l976 op aandrang van feministische zijde na een campagne over huiselijk geweld tegen vrouwen. In het toen aangenomen wetsartikel komt het woord geweld echter niet eens voor: de vrederechter treft de maatregel als hij tussen de echtgenoten 'ernstige spanningen' vaststelt. In de praktijk is de maatregel vrijwel totaal voorspelbaar en wordt hij aan iedere getrouwde vrouw praktisch op aanvraag verstrekt. Hij werkt als een eenzijdig wegstuurrecht tegen de man, doorgaans voor een tijd van 4 of 6 maanden, terwijl ook nog verlenging mogelijk is. Er zijn minstens 20.000 gemaatregelde Belgen per jaar.
De al genoemde slakkengang van het Belgische gerecht maakt van de 'voorlopige' maatregel een ideaal middel voor die vrouwen die voor langere tijd een eigen leven willen leiden maar (nog) geen afstand willen doen van de facade van het huwelijk. Ook voor echtscheidingsadvocaten is de maatregel een gemak: zij gebruiken hem als aanloop voor een later in te dienen echtscheidingseis omdat de kinderen bij de eerste maatregel standaard aan de moeder toegewezen worden (dat is immers toch zgn. voorlopig) wat dan bij de aansluitende echtscheidingsvoorziening niet meer veranderd wordt. Dat dit alles je reinste willekeur en discriminatie tegen de man is, valt de werkgroep Huiselijk geweld helaas niet op.
Statistiek In de loop van het jaar 2000 vond het getal van de 60-80 per jaar door hun (ex-)man omgebrachte Nederlandse vrouwen zijn weg door de media. In september wees ook korpschef Jelle Kuiper van de Amsterdamse politie (naar een bericht in het Algemeen Dagblad) in een persconferentie op de 'betere wetgeving in het buitenland'. En: 'Uit een rapport van onderzoekers van de Universiteit Utrecht bleek onlangs dat elk jaar zeker 60 vrouwen thuis om het leven komen door toedoen van hun (ex-) partner.'
Het Centraal Bureau voor de Statistiek bevestigt dit niet bepaald. Volgens zijn maandblad Index van april 2000 zijn er in de drie jaren 1996-'98 in Nederland 685 personen met opzet om het leven zijn gebracht. Driekwart daarvan zijn mannen en dat is al jaren zo. Wat het aantal van alle per jaar in Nederland omgebrachte vrouwen op 57 brengt. Voorzover het motief bekend is, is dat in eenderde van de gevallen materieel (roof e.d.) voor de rest emotioneel of seksueel. In driekwart van de gevallen is het motief echter onbekend en ook bij een emotioneel of seksueel motief is de (ex-)man of samenlevende partner natuurlijk niet altijd de dader en dat wordt ook niet afzonderlijk bijgehouden (of althans niet bekend gemaakt). Bron van deze cijfers is de politie. Het getal 60-80 lijkt weg te smelten als sneeuw voor de zon.
"60-80 is een inschatting op grond van de strafzaken" verzekerde mevrouw Brughuis, "en dat is ook gezegd bij de aanbieding van het manifest. De cijfers zijn niet onderbouwd maar men kan er van uitgaan. De inschatting zal wel ongeveer kloppen en ik heb er ook nooit verweer tegen gehoord." Wie de inschatting gemaakt had, wist mevrouw Brughuis niet maar zij verwees naar o.a. Katinka Lunnemann, die op het onderwerp vrouwenmishandeling gepromoveerd is. Die bleek het echter heel anders te zien: "Dat is zo'n cijfer wat iedereen maar roept, natte vingerwerk, het cijfer is arbitrair, ik weet niet hoe deze schatting gemaakt is of door wie. Zo zie je hoe het OM omgaat met cijfers". Maar de Amsterdamse politiecommissaris had volgens het AD dat getal toch bevestigd? "Dat heeft de commissaris helemaal niet gezegd", brieste politievoorlichter Klaas Wiltink op ouderwetse Bulle Bastoon, "Ja dat kan wel in de krant staan maar dat zegt niks. Landelijk weet ik het niet maar wat ik daar hier in Amsterdam van zie, klopt daar niks van." Zo kennen we de politie weer. Die onderzoekers van de Universiteit Utrecht dan? In het manifest opgegeven als bron voor de 40 per jaar in Nederland door huiselijk geweld omgekomen kinderen, die in een adem met de gedode vrouwen genoemd worden. Mevr. van Kuyvenhove van de vakgroep Huisartsengeneeskunde zegt echter dat dat aantal van 40 helemaal niet uit haar onderzoek af te leiden valt: "Ons onderzoek betrof alleen het probleem van de eventuele onderrapportage door artsen. D.w.z. dat een huisarts of kinderarts die vermoedt dat een kind misschien door mishandeling is overleden, dat vermoeden ook meldt bij de gemeentelijke lijkschouwer. En op dat punt was ons resultaat erg positief. Er was voor onze enquete een overgrote respons onder de huisartsen en die blijken hun vermoedens ook gemeld te hebben. Of die meldingen (dat zijn er zo'n 40 per jaar) ook terechte vermoedens waren, daar ging ons onderzoek helemaal niet over, dat zou apart moeten worden uitgezocht." De gerechtelijke lijkschouwing vond blijkbaar van niet en bevestigt per jaar maar 3 gevallen van door huiselijk geweld omgekomen kinderen en zo heeft het CBS het ook overgenomen.
Lijfsbehoud Heeft het doden van de (ex-)vrouw, wat het Manifest zo nadrukkelijk vooropstelt, trouwens wel zoveel met huiselijk geweld te maken? Niet volgens het boek Fatale liefde van de feministe Alice Fuldauer dat op het getal van 33 vermoorde (ex)-vrouwen per jaar komt en waarin interviews staan met veertien partnerdoders. "De redenen waarom mannen en vrouwen hun partner doden, lijken tegengesteld aan elkaar. Vrouwen doden hun man hoofdzakelijk uit lijfsbehoud..De crime passionel is aan mannen voorbehouden".. "Jaloezie is wat hem drijft. Wanneer zijn vrouw hem wil verlaten, doodt hij haar. Vrouwen, die hun man doden, doen dit bijna uitsluitend omdat zij bij hun man weg willen".."Zij doden hun man meestal wanneer hij weerloos is of na overleg met een derde..Mannen doden hun vrouw doorgaans in een vlaag van woede en wanhoop". De mannelijke partnerdoders in dit boek waren volgens de beschrijvingen juist geen gewelddadige typen. Dat waren wel een aantal van de mannen geweest die door hun vrouw soms om die reden vermoord werden. Als graadmeter voor de mate van huiselijk geweld tegen vrouwen had de werkgroep in plaats van het aantal vermoorde vrouwen dus eigenlijk beter het aantal vermoorde mannen kunnen nemen...
Zijn feministisch geinspireerde cijfers over huiselijk geweld wel vaker onbetrouwbaar? De Amerikaanse socioloog Warren Farrell, wiens boek 'Women Can't Hear What Men Don't Say" binnenkort ook in het Nederlands verschijnt, vindt van wel. In zijn land hebben feministen hoge percentages in de pers gebracht van de mannen die elk jaar door de uitzending van de Amerikaanse voetbalfinale 'superbowl' blijkbaar zozeer in opwinding raken dat zij steeds weer juist op die dag hun vrouwtje aftuigen. De New York Times en veel andere media namen dit gegeven klakkeloos over, sommige met de bezorgde raad aan vrouwen om die avond maar liever naar een vriendin te gaan en niet bij manlief alleen thuis te blijven! Bij kritisch natrekken bleken de percentages niet te bestaan. Huiselijk geweld was op superbowldag niet anders dan op een andere dag.
|