BLIJF MAAKT VAN DE ERGSTE HELLEVEEG NOG EEN MARTELARES

Peter Prinsen

NRC HANDELSBLAD Zaterdag 10 november 1984 – Opiniepagina

Op 20 oktober 1984 verscheen in NRC Handelsblad een paginagroot artikel over ‘Blijf van mijn Lijf’ ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van die organisatie. Tegen Blijf zijn grote bezwaren aan te voeren. Bedenkelijk is het, dat een organisatie zoveel steun verkrijgt bij overheid en publiek voor een opstelling die gekenmerkt is door uitgesproken partijdigheid, polarisatie en eigenrichting. Die steun lijkt vooral gevoed te worden door – altijd eenzijdige – bloederige verhalen over “vrouwenmishandeling”. Deze simpele voorstelling van zaken is zeer discutabel. Er dient heel wat genuanceerder en objectiever gedacht te worden over het probleem waar het om gaat: echtelijk geweld en een eventueel verband met een beweerde onderdrukking van de vrouw wat dan weer overheidsbeleid noodzakelijk zou maken. Een goede aanpak begint bij objectiviteit en zakelijkheid. Blijf daarentegen weet niets anders te doen dan polariseren en komt dan ook tot geen beter voorstel dan harder repressief optreden tegen de beweerde booswichten. En dit alles onder de vlag van emancipatie. De boodschap van Blijf is te simpel.

Echtelijk geweld

Blijf noemt haar bewoonsters consequent “mishandelde vrouwen”. De mishandelde vrouw bestaat echter niet. Wel de vrouw en de man die betrokken waren bij echtelijk geweld. Het jargon van Blijf is suggestief en insinuerend. Dat pregnante jargon is reeds deel gaan uitmaken van het ambtelijk taalgebruik, waarvan de objectiverende wolligheid overigens toch spreekwoordelijk is.

Naar echtelijk geweld (‘marital violence’ in de Amerikaanse literatuur) is vrij veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Dit onderzoek wordt volledig genegeerd (en waarachtig niet alleen door Blijf). Suzanne Steinmetz geeft in haar artikel “Violence between Family Members (in: Marriage and Family Review, Vol. 1 no. 3, 1978) een uitvoerig literatuuroverzicht over dit onderwerp. Alle door haar aangehaalde auteurs komen tot nagenoeg dezelfde resultaten als zijzelf:

  • het initiatief tot echtelijk geweld komt voor 50% van de man en voor 50% van de vrouw;
  • verschil in fysieke kracht maakt niet veel uit, want vrouwen gebruiken vaker voorwerpen;
  • slachtoffer van echtelijke doodslag is dan ook iets vaker de man dan de vrouw;
  • kindermishandeling en –doodslag wordt in verreweg de meeste gevallen door de moeder gepleegd en is bij uitstek een vrouwelijk misdrijf.

Mannen zouden dus iets meer reden hebben om Blijf-van-mijn-Lijf-huizen op te richten dan vrouwen. Een beleid, waarin het beeld van de man als geweldneuroot en de vrouw als martelares een kerngedachte vormt, steunt derhalve op fictie. Categorisch worden de onwelgevallige onderzoeksresultaten verzwegen. Blijf schermt met (vaak gesimuleerde) aangiftes door vrouwen van echtelijk geweld om een eenzijdig beeld te schilderen. Is er één man te vinden die aangifte zal doen van gewelddadigheid van zijn vrouw? Toch is Suzanne Steinmetz in staat om over “The Battered Husband Syndrome” een boek vol te schrijven. Blijf wenst geen geweldsmarges in de echtelijk omgang te tolereren.

Het feminisme claimt het alleenvertoningsrecht van geleden onrecht en eist dat dat als beleidsuitgangspunt wordt genomen. Het Blijf-activisme reduceert de man tot een willoze geweldneuroot, tot potentiële vrouwenmishandelaar en kinderverkrachter. Anderzijds ontkent Blijf c.s. vrouwelijk wangedrag en maakt zelfs de ergste helleveeg tot martelares. Overheidsbeleid dat hierop steunt mist geloofwaardigheid.

Blauwe plekken zijn geen voorwaarde voor intake bij Blijf. Zelfs het passe-partout “psychische mishandeling” hoeft voor intake niet aangevoerd te worden.

Blijfhuizen zijn dan ook in de tien jaar van het bestaan van de organisatie geworden tot in wezen radicaal-feministische wooncommunes. Door te hameren op echtelijk geweld (in Blijfjargon: vrouwenmishandeling) vaart de organisatie onder valse vlag ten behoeve van good-will en subsidie.

Blijf-Nederland

Momentopname: Op zekere dag in juli 1981 wonen er in het Blijf-huis in Nijmegen 15 vrouwen en 30 kinderen. Totaal 45 personen in een ouderwets ‘heren(!)-huis’. De bijzondere bijstandsuitkeringen worden rechtstreeks door de sociale dienst aan Blijf betaald: gemiddeld Fl 500,- per week per vrouw. Totaal ca. Fl 30.000,- per maand voor een enkel Blijf-huis. Apart daarvan krijgen de vrouwen van de Sociale Dienst een schamel kleedgeld rechtstreeks in handen, maar daarvan moeten zij hun eigen eten kopen en een bijdrage betalen voor koffie en energieverbruik. Controle op de werkelijke verblijfsduur door de gemeente ontbreekt. Een professionele staf is er niet, alleen maar vrijwilligsters. Van de 15 vrouwen zeiden er drie dat ze ‘mishandeld’ waren. De kinderen wordt angst voor de eigen vader ingeprent. Met een paranoïde sfeer worden angstpsychoses geïnduceerd en worden de kinderen, maar ook de vrouwen volledig gedesoriënteerd. Mannen, pogend in contact te komen met hun vrouw en kinderen worden op voorhand bejegend als gewelddadig en worden door vreemde vrouwen afgescheept of er wordt niet open gedaan. Werpt zo’n man, tot het uiterste getergd, een steen tegen de (onbreekbare) ruiten, dan put men daaruit rechtvaardiging voor het paranoïde gedrag.
Een eenvoudige rekensom leert dat Blijf-Nederland aan bijstandsgelden jaarlijks zo’n 6 miljoen opstrijkt. Daarbij komen nog de subsidies van het rijk (vier miljoen per jaar), van het Koningin Julianafonds, Zomerzegelfonds, Kinderzegelfonds en nog vele andere. Het is de vraag of dit geld aan de vrouwen en hun kinderen ten goede komt.

 Volksgericht

Waarom gaat een vrouw naar een Blijf-huis? Niet altijd om te ontsnappen aan een gewelddadige man, want daar zijn andere middelen voor. In elke stad zijn een of meer ‘vrouwen-crisiscentra’ die niets aan het toeval overlaten. Uit gesprekken met ex-bewoonsters blijkt dat vrouwen vaak naar een Blijf-huis gaan om te ontsnappen aan de anonimiteit van het kleurloze bestaan, om uit hun huwelijk te stappen zonder zich te hoeven verantwoorden of gewoon omdat ze tot het feminisme bekeerd zijn.

Die vrouwen die wel met geweld te maken hebben gehad valt een groots onthaal ten deel. Het is dwaas om te suggereren dat al die vrouwen lieverds en hun echtgenoten geweldneuroten waren. Onder die vrouwen zijn er ook die jarenlang hun echtgenoot het bloed tot het kookpunt hebben gebracht, jarenlang eenzijdig geweld hebben gebruikt tegen hun man.
Onder die vrouwen zijn er ook, waarvan de man, na jaren van geduld, ten einde raad eenmaal heeft geprobeerd  het geweld van zijn vrouw met tegengeweld te keren. Er zijn vrouwen die hun man niet laten ontsnappen voordat hij geweld heeft gebruikt. Ook zulke vrouwen worden klakkeloos als martelares naar voren geschoven. Men kan zich afvragen of deze vrouwen geholpen zijn met een valse martelaarsrol. Dit zet hen op een dwaalspoor van infantiliteit, niet op het pad van de emancipatie.
De tendentieuze voorstelling van zaken die Blijf geeft ligt in de sfeer van het volksgericht. Dit mag geen hefboom worden om een bepaald overheidsbeleid met betrekking tot emancipatie af te dwingen. Zo’n beleid is ongeloofwaardig.