MILIEUMAATREGELEN KOSTEN MENSENLEVENS
De afgelopen twintig, dertig jaar worden we voortdurend bang gemaakt met bedreigingen voor onze gezondheid. Hormonen in het vlees, dioxine in de moedermelk, asbest, dichloorpropanol in de ketjap, cadmium in koffertjes voor op school, lood in het drinkwater, kwik in de vissen, bestrijdingsmiddelen in de groente, PCB in paling, polycyclische aromaten in de groente, formaldehyde in het spaanplaat, aluminium in de pannen daar zou je dement van worden, oplosmiddelen in de verf die de hersenen aantasten en ga zo nog maar even door.
We leven in een tijd van chemofobie, van angst voor chemische stoffen. Een organisatie als Greenpeace voert actie tegen chloor. Milieudefensie voert actie tegen cadmium een zwaar metaal, andere clubs voeren actie tegen bestrijdingsmiddelen in het voedsel en lieden als Wouter van Dieren van de Club van Rome en professor Lucas Reijnders van de Universiteit van Amsterdam bepleiten zelfs een verbod op het uitvinden van nieuwe chemicaliën.
Men zegt dat we de aarde zwaar hebben vervuild in de laatste eeuw maar dat is nu juist de periode dat ons aller levensverwachting zich zo ongeveer heeft verdubbeld. Ga je van die vervuiling langer leven?. Of valt die vervuiling reuze mee? Of heeft die vervuiling simpelweg niets met onze levensverwachting te maken?
We worden ouder dan ooit, maar in de media klinken voortdurend signalen alsof ons leven voortdurend en acuut door de vervuiling wordt bedreigd. De chemofobie dikteert het beleid. En dat gaat heel ver. Onlangs heb ik in mijn tuin een vijvertje gegraven. Daar kwam twee kubieke meter tuingrond uit, en waar moest ik naar toe met die grond?
Dat was niet eenvoudig. Zolang die grond in mijn tuin lag was er niets aan de hand, maar vanaf het moment dat ik hem had opgegraven had ik plotsklaps een afvalprobleem. We weten niet wat er in zit meneer zeiden gemeentemedewerkers afwijzend, en ik kon er nergens mee terecht. Tenzij op de stortplaats Midden Zeeland, 30 kilometer verderop. Op die manier wordt het afvalprobleem inderdaad wel erg groot. Misschien concludeert U dat het nog zo gek niet is dat mijn grond als verdacht wordt gebrandmerkt, het is immers inderdaad niet bekend wat er in zit? Maar ik weet ook niet zeker of mijn buurman een massamoordenaar is. Toch woon ik heel plezierig naast hem, en ik heb ook geen extra sloten op mijn buitendeuren gemaakt om hem buiten te sluiten. In onze rechtsstaat ben je onschuldig totdat je schuld is aangetoond. In milieuland ben je schuldig totdat je kunt bewijzen dat je onschuldig bent.
De chemofobie heeft hysterische vormen aangenomen. Er zijn vele miljarden gespendeerd om ervoor te zorgen dat U geen asbest, formaldehyde of bestrijdingsmiddelen binnen krijgt. Ik zal U vandaag laten zien dat die miljarden niet of nauwelijks gezondheidswinst hebben opgeleverd. Integendeel, het milieubeleid voor zover het op deze verondersteld gevaarlijke stoffen betrekking heeft kost mensenlevens. Niet omdat het, zoals milieuorganisaties menen te laks is, te soepel voor vervuilers, maar omdat het zich concentreert op schijnproblemen, met kanonnen op muggen schiet, kostbare overheidsgelden opsoupeert die gebruikt zouden moeten worden voor het belangrijkste van al: het redden van mensen.
Ik ben geen chemicus en geen toxicoloog of epidemioloog. Ik ben journalist. Als journalist mag je het overheidsbeleid beoordelen en bekritiseren als je vindt dat je belasting centen niet goed worden gebruikt. Ik vraag U dus vandaag niet om allerlei chemische termen uit het hoofd te leren. Waar het om gaat is: hoeveel gezondheid krijgt U van de overheid in ruil voor Uw belastingcenten. Gaat U daadwerkelijk langer leven van al dat geld wat er aan het milieu wordt gespendeerd? Wordt Uw kans op kanker er daadwerkelijk kleiner van?
Ik ga U niet vertellen dat milieuproblemen niet bestaan. Dat is onzin. Tot in de zeventiger jaren was er sprake van massale vissterfte in de wateren, in de Rijnmond zei men dat de gaten in de nylonkousen vielen als gevolg van de luchtvervuiling, en diezelfde luchtvervuiling zorgde voor sterfte onder mensen als gevolg van ademhalingsmoeilijkheden. Toen was er een milieuprobleem. En hoewel ook in die vervuilde tijden, ondanks die sterfgevallen, de levensverwachting ongehinderd bleef toenemen vind ik het goed dat die problemen zijn opgelost: onze omgeving is er een stuk leefbaarder door geworden, mooier, aangenamer. Wat mij betreft kunnen we dat karwei grotendeels als geklaard beschouwen.
Ik poog hier een ingewikkeld verhaal in begrijpelijke termen te vatten. Wie geinteresseerd is in het wetenschappelijke materiaal waarop ik mij baseer, vooral van het Harvard Center for Risk Management en de Universiteit van Californië in Berkeley, die wil ik na afloop graag van dienst zijn. Er is meer dan genoeg.
Stel, U bent minister van Gezondheid en Milieu. U heeft weliswaar de beschikking over vele miljarden, maar genoeg is dat niet, want vanuit het parlement wordt U bestookt met een spervuur van problemen: er is te weinig capaciteit voor hart- en vaatpatiënten, we moeten meer hartoperaties doen. Er is een nieuw middel tegen kanker, taxol, maar dat is duur, gaan we dat vergoeden? Ouderen hebben kunstgebitten nodig anders eten ze niet meer goed en sterven vroegtijdig, en: het milieu is vergiftigd, vroeger of later betalen we daar de prijs voor, dan kunnen we massaal kanker krijgen.
Een minister moet al die belangen maar met elkaar zien te verzoenen. In eerste instantie lijkt dat eenvoudig: je kijkt gewoon hoe je je geld het beste kan besteden: hoe kun je zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk in leven houden. Het lijkt een eenvoudige rekensom.
Als U met een miljoen gulden honderd hart- en vaatpatienten vijf jaar langer in leven kunt houden dan kost dat per gered mensenleven een miljoen gedeeld door honderd is tienduizend gulden. Je kunt dan uitrekenen dat het tienduizend gedeeld door vijf is 2000 piek per jaar kost om een hartpatient een jaar langer te laten leven. U vindt het misschien een vreemde gedachte een mensenleven in geld uit te drukken, maar de prijs van een hartoperatie of een andere medische ingreep is gewoon bekend, en artsen weten inmiddels ook hoe lang men gemiddeld nog leeft na die ingreep.
Met dat ene miljoen kunt U dus honderd hart- en vaatpatienten in leven houden. Helaas blijkt in ons hypothetische voorbeeld - straks komen de echte cijfers pas - dat het redden van kankerpatiënten wat duurder is. Met een miljoen gulden kunt U slechts tien kankerpatienten vijf jaar langer laten leven, en daarmee kost dan kost een geredde kankerpatient 20.000 per jaar. Tien keer zo duur als een hartpatiënt! Natuurlijk wilt U als minister iedereen gezond maken ongeacht de kosten. U kunt een kankerpatiënt moeilijk verwijten hij aan een duurdere ziekte lijdt. Maar U heeft niettemin een beperkt budget, op een gegeven moment moet U een keuze maken. In die gruwelijke situatie blijken de hartpatienten het goedkoopst te redden, daar houdt U met Uw beperkte budget het meeste van in leven. Helaas betekent een dergelijke beslissing het doodvonnis voor de kankerpatiënten. Een dergelijke benadering heet een kosten baten-analyse.
In de gezondheidszorg komen kosten baten-analyses steeds meer voor: een taxolbehandeling om een kankerpatient in leven te houden kost 20.000 gulden. Er is lang gediscussieerd of men dat geld de moeite waar vond om uit te geven en inmiddels is daarop het antwoord ja: de overheid vergoedt die behandeling. Voor 150.000 gulden kan met het cholesterolverlagende middel simvastatine één leven gered worden. Ook dit wordt vergoed. Maar toen in deze provincie twee kinderen een hersentumor bleken te hebben die alleen behandeld zou kunnen worden door een ietwat obscure arts in de Verenigde Staten weigerde men die behandeling te vergoeden. Via publieke collecties kwam het geld , tweehonderdduizend gulden per kind, en de kinderen werden in de Verenigde Staten behandeld. Inmiddels zijn ze gestorven. Het geeft enkele dilemmas aan: een kinderleven zou je tot elke prijs willen redden, maar ook met behulp van een kwakzalver? Of offer je die kinderen om geld over te houden om oudere mensen in leven te houden. Die zijn dan wel niet zulke aantrekkelijke patienten als kinderen, maar de behandeling is wel bewezen werkzaam.
De toewijzing van overheidsgelden is een ingewikkeld proces dat plaatsvindt in een slangenkuil van ambtenaren, kamerleden en lobbygroepen. Welke keuze daar ook uit voortvloeit, er zullen altijd mensen sterven omdat er onvoldoende geld was voor een medische behandeling, je maakt je daarbij als minister altijd schuldig aan statistische moord. Een kosten-batenanalyse kan je daarbij helpen de schade te beperken.
De slangenkuil waar U als minister in opereert ziet er ongeveer als volgt uit. U weet dat U minister bent van een land waar de mensen vergeleken met vroeger, vergeleken met andere landen, spectaculair gezond zijn, zeer lang leven. Het gaat hier goed. U weet ook dat via de gezondheidszorg aan de lopende band ontdekkingen worden gedaan die de kansen op een langer en ook kwalitatief beter leven steeds verder vergroten.
Maar ondertussen worden de geluiden steeds sterker, dat het milieu vervuild is met levensgevaarlijke chemicaliën: asbest, dioxine, pcbs, bestrijdingsmiddelen. Dagelijks bombarderen de media U met acties van Greenpeace en Milieudefensie, en wekelijks schalt over het binnenhof: Kanker kanker. En als U op straat komt dan ziet U bange burgers die de gezichten van kinderen wit hebben geverfd om te doen alsof het al lijkjes zijn. (FOTO?). Ook vanuit de Kamer wordt de druk steeds groter om de zorgen van het publiek serieus te nemen. En dat publiek dat rookt en drinkt doorgaans veel meer dan goed voor ze is, het eet veel te vet, te weinig groenten, het steelt zich bloot aan agressieve zonnestralen, kortom in de praktijk gaat het slordig met zijn gezondheid om, maar het maakt zich zorgen om een zaak: krijg ik kanker van het milieu? Dus als minister geeft U opdracht om uit te zoeken hoeveel mensen kanker krijgen door het vervuild milieu. Welke stoffen veroorzaken eigenlijk kanker?
De Amerikanen vinden het, samen met Nederland ontoelaatbaar als er door een bepaald stofje per miljoen mensen een extra kankergeval op zou treden. Als dat het geval is, dan moeten er maatregelen genomen worden om dat te voorkomen. Maar hoe ontdek je dat? Een extra kankergeval per miljoen mensen?
Wetenschappers zijn razend knap, maar om een kans van een op de miljoen te detecteren hebben ze twee miljoen mensen nodig.
Het ene miljoen mensen geef je iedere dag een beetje van die stof die je wilt onderzoeken, en de andere miljoen mensen zorg je dat vrijgewaard blijft van het stofje dat je wilt onderzoeken. Na dertig tot veertig jaar kijk je of in de groep mensen die stof X toegediend kregen meer kanker voorkwam dan in de andere groep.
Afgezien van de ethische aspecten - je mag niet iemand zomaar een ziekmakende stof toedienen - is dit niet echt een praktische manier van werken. We zijn simpelweg niet in staat om met een dergelijke grote groepmensen een goed onderzoek te doen. Het is onethisch, ondoenlijk en onbetaalbaar.
En dus gebruikt men proefdieren, bijvoorbeeld de rat. Ethisch is dit allemaal wat acceptabeler, maar ook met twee miljoen ratten is een dergelijk experiment ondoenlijk en onbetaalbaar. En daarom doet men het onderzoek met tweeduizend ratten in plaats van met twee miljoen, soms ook met 200 of met 20 ratten.
Maar ja, met duizend ratten kun je alleen maar een kans van 1 op de duizend berekenen, niet een op de miljoen. Dat probleem heeft men met een kunstje opgelost: men vermenigvuldigt de dosis van de stof die de proefdieren zouden krijgen met een factor duizend, en soms met honderdduizend of miljoen.
Stel nu dat je als minister wilt ontdekken of een dagelijks glaasje jenever gevaarlijk is voor de gezondheid. Zeg dat zon glaasje tien milliliter jenever bevat.
Een rat is zeg maar 100 maal zo licht als een mens, dus je zou voor dit experiment 1 honderdste deel van tien milliliter gedurende langere tijd moeten toedienen. Maar omdat je met duizend ratten werkt in plaats van met een miljoen geef je daarvan duizend keer zo veel. Dat komt er op neer dat je een rat van 0.7 kilo dagelijks 100 milliliter jenever toedient. Tien borrels! Voor zon klein beestje. Zelf heb ik em na een paar borrels al behoorlijk zitten, en dit beestje is 100 zo klein. Het is dan ook niet verbazingwekkend als uit dit onderzoek blijkt dat alcohol de lever sloopt, de hersenen doet aftakelen en kankerverwekkend is en dat de minister maar het beste zo snel mogelijk het hele land kan droogleggen.
Als het onderzoek met duizend mensen zou hebben plaatsgevonden in plaats van met duizend ratten, dan hadden die mensen een dagelijkse dosis van 1000 borrels gekregen. Hoe lang zou U dat als deelnemer aan het onderzoek volhouden?
Als gevolg van een dergelijk onderzoek zou alcohol ogenblikelijk verboden moeten worden. En dat is heel jammer omdat we inmiddels in werkelijkheid hebben ontdekt dat dat ene borreltje per dag, een matige consumptie van alcohol, juist bevorderlijk is voor de gezondheid. Het onderzoek zou dus tot gevolg hebben dat men zou ons beschermen tegen een gevaar wat niet bestaat en men zou ons onthouden wat goed voor ons is.
De overgrote meerderheid van de berichten over kankerverwekkende stoffen is gebaseerd op deze vorm van dier-experimenteel onderzoek. Je geeft dieren een enorme hoeveelheid van een verdachte stof, een hoeveelheid die honderdduizend tot een miljoen maal groter dan de dosis die mensen binnen zouden krijgen, en vervolgens ga je gezwellen tellen. In de krant verschijnt vervolgens het bericht dat stofje X kankerverwekkend is. De vreemde manier waarop het onderzoek gedaan is wordt waarschijnlijk niet vermeld, het publiek, U dus zou dat toch niet begrijpen. Er zijn inmiddels duizenden van dergelijke studies gedaan en daaruit is naar voren gekomen dat ongeveer de helft van alle chemicaliën kanker kan veroorzaken, zowel de producten van de chemische industrie dus, als de producten van moeder natuur. Maar daarover later.
We constateerden dus dat de dosis in deze experimenten weinig te maken heeft met de werkelijke wereld, je kunt je ook afvragen wat een rat of een hamster als proefdier voor nuttige infor atie geeft over het lichaam van een mens. Twee voorbeelden.
De stof BHT is in Nederland en de Verenigde Staten toegestaan om vlees langer houdbaar te maken, het is een zogeheten anti-oxidant. BHT is uitgebreid onderzocht bij proefdieren, bijvoorbeeld ratten.
Daar kwam uit dat sommige ratten juist langer leefden als ze BHT toegediend kregen, positief nieuws dus maar bij andere ratten bleek BHT juist weer kanker aan de voormaag te veroorzaken.
Wat moet je met dergelijke conclusies? Mensen hebben helemaal geen voormaag, dus moet je BHT nu beschouwen als een potentieel kankerverwekkend middel of als een middel dat jer leven kan verlengen? Ik ken een aantal mensen die het als een levensverlengend middel zien en daarom BHT als een soort vitamine extra slikken. Sommige wetenschappers speculeren over de mogelijkheid om BHT te gebruiken als middelen om de negatieve bijeffecten van chemotherapie te beperken. Maar bij proefdieren kan het kanker veroorzaken.
De beste illustratie van hoe we ons in de luren kunnen laten leggen door proefdieronderzoek wordt gevormd door de stof TCDD, 2378 tetrachloorparadibenzodioxine.
Volgens sommige perspublikaties is dioxine de giftigste stof op aarde, maar dat klopt niet, het gif van botulisme, een natuurproduct, is veel dodelijker. Volgens anderen is dioxine de giftigste stof ooit door mensen gemaakt, maar ook dat klopt niet, want dioxine is ook een natuurproduct.
Vietnam, Seveso, Volgermeer, Philips Duphar, Times Beach, Love Canal, Diemerzeedijk, het zijn allemaal namen die verbonden zijn met hevige publicitaire activiteit over dioxine. Dorpen zijn ontruimd, gebieden zijn geisoleerd, en mensen zijn doods- en doodsbenauwd geweest voor vergiftiging met deze stof. In Italië hebben 17 zwangere vrouwen nadat ze in 1977 als gevolg van de ontploffing van de Icmesa fabriek besmet waren geraakt zich laten aborteren, uit vrees voor een misvormd nageslacht.
Die angst is afkomstig van dierexperimenteel onderzoek, vooral met cavias. Voor cavia's is dioxine de meest giftige stof ooit gevonden. Minder dan een miljoenste gram, 1 microgram! bleek al voldoende om de helft van de dieren in een experiment te doden. En dat was dus schrikken!
Maar in een volgend experiment werd dioxine aan hamsters gegegeven en die bleken veel beter tegen het spul te kunnen. Men moest drieduizend keer zoveel geven voordat men effecten zag. Hier werd gezocht naar acute effecten. En dan zit je met de vraag: lijken mensen nu op cavias of op hamsters?
In andere experimenten bleek dioxine kankerverwekkend te zijn bij proefdieren en ook nog eens het nageslacht te kunnen misvormen. Ondertussen kwamen uit Vietnam waar de oorlog net afgelopen was berichten dat daar allerlei kindertjes gehandicapt geboren werden als gevolg van de blootstelling aan dioxine (via het ontbladeringsmiddel Agent Orange).
Gegeven de paniek is het misschien wel begrijpelijk de vrouwen in Seveso zich lieten aborteren, maar wetenschappelijk onderzoek op de foetussen kon geen afwijkingen vaststellen, en de misvormde babies in Vietnam bleken later een soort van vertraagde oorlogspropaganda te zijn geweest.
Ook heeft dertig jaar wetenschappelijk onderzoek nog steeds geen bewijs kunnen leveren van de kankerverwekkendheid van dioxine bij mensen. En er zijn inmiddels toch heel wat mensen bekend die een forse dosis van deze stof binnen hebben gekregen. Het enige wat mensen van een zeer hoge blootstelling aan dioxine kunnen krijgen is chlooracne, een pijnlijke, lelijkmakende huidaandoening, maar niet dodelijk en na een of enkele jaren vanzelf verdwenen.
De hoeveelheden dioxine waar we in Nederland aan bloot staan, maar ook waar men in Vietnam en Seveso aan bloot heeft gestaan hebben nauwelijks gezondheidsgevolgen voor mensen.
Maar ook al wordt die conclusie keer op keer herhaald, once the toothpaste is out of the tube its very hard to get it back in, er is paniek en daar komen we niet zomaar van af. De overheid heeft miljarden gespendeerd aan installaties die de hoeveelheid dioxine in het milieu moeten verminderen en dat verminderen lukt goed, ook al worden we er niets beter van de angst blijft.
Ik heb hier nu heel wat kritiek gehad over dierenexperimenten, maar duidelijk is wel dat we als maatschappij voorlopig niet zonder die dierenexperimenten zullen kunnen. Ze vertellen echter een dusdanig klein deel van de waarheid dat ik als journalist ben opgehouden artikelen te schrijven over dierexperimenten. Als in een experimenten met mensen is aangetoond dat stofje X heel gevaarlijk is of juist heel gezond, en al eerder was in dierexperimenteel onderzoek hetzelfde effect gevonden, dan zal ik dat melden. Als er alleen een dierexperimenteel onderzoek ligt waaruit blijkt dat ratten korter of juist langer leven met stofje X dan mag je nooit concluderen: dan zal het met mensen ook wel zo zijn.
Maar de angst voor kankerverwekkende stoffen heeft nog een vreenmd kantje, een religieus kantje. Voor veel mensen is het leven verdeeld in goed en kwaad. Aan de kwade kant staat de chemische industrie die permanent allerlei akelige stofjes maakt. Uiteraard uit onchristelijk winstbejag, en zonder rekening te houden met uw gezondheid. Daartegenover staat iets heel moois, de natuur .. Her en der springen de worteltjes uit de grond en als je net als Prinses Irene de natuur goed begrijpt dan hoor je die worteltjes roepen: eet mij, ik bevat beta caroteen. Ik groei om jou te voeden, op natuurlijke wijze. Die visie is slecht voor de gezondheid.
Een van die chemische industrien, Monsanto, klaagde ooit dat een groenteboer het maar makkelijk heeft. Als een chemische fabriek een nieuw chemisch produkt op de markt wil brengen, dan kost het vele jaren en vele miljoenen om aan te tonen dat dat produkt veilig en werkzaam is.
Dat is verdedigbaar, maar waarom mag ondertussen een groenteboer zomaar sinaasappels verkopen? Zonder enig onderzoek naar de veiligheid ervan? De Nederlander eet jaarlijks gemiddeld 92 sinaasappels, dus het zou wel nuttig zijn als we wat meer wisten van de verschillende chemische stoffen die er van nature! in een sinaasappel zitten. Toch is daar al iets van bekend. In een sinaasappel zit:
Arginine..........................................(stimuleert de groeihormoonproductie)
Amylalcohol...............................................(mogelijk gevaarlijk)
H20.....................................................................(water)
Octylalcohol
2 hydroxypropaantricarbonzuur................................ (irriterende stof)
Decylaldehyde........................................(mogelijk kankerverwekkend)
D-limoneen
Choline......................(kon in gigantische doses - in pilvorm-
geheugenverbeteringen bewerkstelligen.)
Methanol.................... (een giftige vorm van alcohol, kan blindheid en de dood veroorzaken)
Oxaalzuur.................. (dit stofje zit ook in spinazie en om het te
neutraliseren eten we er een ei bij. Waarom eten we geen ei bij een
sinaasappel?)
Hesperidine
Asparagine
Tyramine...................(mogelijk de grondstof van een pil tegen depressies)
Synefrine
Fructose..........................................(een zoetere vorm van suiker)
Sucrose................................................................(suiker)
Tangeretine
Formaldehyde.....(precies dezelfde stof als het verondersteld kankerverwekkende spaanplaatgas)
2 Keto L gulonolaceton.....................................(mogelijk gevaarlijk)
polygalacturonzuur
anthocyanine.......................................(zwakke broertje van cyanide)
caroteen...............(dit is een vitamine die mogelijk tegen kanker beschermt)
ascorbinezuur.......................................................(Vitamine C)
Zoals U ziet is het in een sinaasappel niet alles goud wat er blinkt, behalve de zo gewaardeerde vitamientjes zitten er ook een aantal gevaarlijke en misschien zelfs kankerverwekkende stoffen in. Daarnaast is er een aantal stoffen waarvan niets bekend is: zijn dat onbekende vitamines of onbekende gevaarlijke stoffen? En voor de duidelijkheid: dit is de inhoud van een gewone onbespoten natuurlijke sinaasappel.
Als we sinaasappels zouden hebben onderzocht zoals chemicaliën van de chemische industrie, met dierexperimenten, dan bestaat de kans dat ze verboden zouden zijn. Nu weten we uit onderzoek met mensen dat sinaasappels juist beschermen tegen kanker, tegen hart- en vaatziekten en nog veel meer levensbedreigende aandoeningen.
De amerikaan Ames is de ontwerper van de Ames-test, een onderzoeksmethode die hem heel beroemd maar niet schatrijk heeft gemaakt. Met de ames test kun je zonder proefdieren te gebruiken onderzoeken of iets mogelijk kankerverwekkend is.
Je neemt een schaaltje met bacteriën en daar voeg je het stofje aan toe waarover je iets wilt weten. Na enige tijd kom je terug: als de bacteriën in aantal zijn toegenomen, dan is dat het bewijs dat hun DNA hun genetisch materiaal, is aangetast en omdat men kanker ook als een ontsporing van het DNA ziet gaat men er van uit dat dergelijke chemicalën dan ook kanker kunnen verzoorzaken. Het definitieve bewijs dat een stof kankerverwekkend is geeft ook de Ames test niet, maar hij geeft wel aan of een stof in staat is om schade te veroorzaken. Dan weet je eigenlijk al een heleboel en bespaar je ook nog eens een heleboel geld en proefdieren.
Ames experimenteerde in zijn nieuwe test met TRIS, een stofje dat aan kinderpijamas werd toegevoegd als vlamvertrager. Pijamas zouden zo niet zo snel vlam vatten en dat zou kinderlevens sparen. Maar TRIS was volgens de Ames-test kankerverwekkend en het middel werd verboden. Maar terwijl de rest van de wereld zwolg in verontwaardiging over kankerverwekkende kinderpijamas onderzocht Ames ook tal van producten die niet door de chenmische industrie werden gemaakt, maar door moeder natuur.
Hij ontdekte zo dat gewone onbespoten sla, appels, peper, champignons, noem de hele groentewinkel maar op stoffen bevatten, van nature, die kanker zouden kunnen verwekken volgens de geldende inzichten.
Die ontdekking legde een bom onder de huidige milieuwetgeving, maar die bom moet nog steeds ontploffen. Het werd duidelijk dat je het milieu brand- en brandschoon kunt maken. Helemaal spic and span, je kunt chemische bestrijdingsmiddelen verbieden, ekologisch gaan tuinieren, dioxine wegfilteren, het doet er allemaal niets toe zolang de helft van de chemicaliën die de natuur maakt ook kankerverwekkend is.
Planten produceren gevaarlijke chemische stoffen om zich onaantrekkelijk te maken voor hun belagers: insekten, bacterieën virussen, schimmels. Die plantjes hebben miljoenen jaren de tijd gehad om hun chemische afweer te perfectioneren. En dat is die plantjes goed gelukt. Deze natuurlijke afweer, deze natuurlijke bestrijdingsmiddelen zijn behoorlijk agressief gebleken. Ze doen hun werk op precies dezelfde wijze als de chemische bestrijdingsmiddelen waar we allemaal zo bang voor zijn. Insecten en ander ongedierte doden ze meteen, en bij mensen kunnen ze het DNAS aantasten en zo kanker veroorzaken.
Er zijn echter een paar verschillen: van de chemische bestrijdingsmiddelen proberen we zo min mogelijk in ons voedingspakket te krijgen. Er zijn allerlei wetten die boeren verbieden om bepaalde middelen op bepaalde tijdstippen te gebruiken. In plaats van die spuitmiddelen te gebruiken worden pogingen in het werk gesteld om de natuurlijke afweer in planten te versterken. Dat komt er op neer dat we in plaats van dat we mogelijk kankerverwekkende bestrijdingsmiddelen op onze voedingsmiddelen spuiten (die we overigens vaak schillen, zodat we die stoffen toch niet binnen krijgen), nu planten zo geselecteerd worden dat ze van binnen uit extra veel kankerverwekkende stoffen produceren. Een en ander komt er op neer dat we nu van de natuurlijke kankerverwekkers veel en veel meer binnen krijgen dan van de industriele kankerverwekkers.
Je zou daarom mogen verwachten dat als gevolg van de trend naar onbespoten voedsel de kankersterfte toe zou nemen. Tot dusver is dat gelukkig niet waargenomen. Mogelijk vanwege het feit dat maar zo weinig mensen toch onbespoten gaan eten, milieuorganisaties roepen wel dat het een trend is, maar in mijn supermarkt hebben ze dat schapje met wormstekige appels al weer verwijderd vanwege onverkoopbaarheid.
Nu heb ik gepoogd om de angst voor chemicaliën een beetje weg te nemen, maar hem misschien ongewild toch groter gemaakt. Want u heeft van mij gehoord dat de helft van alle chemicaliën potentieel kankerverwekkend is, of ze nu door moeder natuur of door de chemische industrie zijn vervaardigd, en daar bent U misschien wel van geschrokken. Dat hoeft niet.
In het begin van mijn betoog heb ik immers aangegeven dat de kwalificatie kankerverwekkend vaak gebaseerd is op dierexperimenteel onderzoek waar de dieren een dusdanige hoeveelheid van een bepaalde stof krijgen dat ze bijna wel kanker moeten krijgen, in de dagelijkse praktijk krijgen we van die stoffen zo weinig binnen dat er gewoon geen reden is voorbezorgdheid. De mens is namelijk geen zwak wezentje dat voortdurend bescherming behoeft, maar heeft een zeer sophisticated, nog maar ten dele doorgrond afweersysteem om ook binnendringende chemicaliëen te neutraliseren.
En verder: je kunt je in de wetenschappelijke theorieën nog zo bang maken, op een gegeven moment zal toch uit de praktijk iets moeten blijken. Als we de hele dag kankerverwekkende stoffen eten, dan zul je dat toch op de een of andere manier aan de statistieken in kanker moeten zien.
Dat is het terrein van de epidemiologen. Zij houden zich bezig met echte mensen in het echte leven. Uit hun onderzoekingen blijkt dat de milieuvervuiling hooguit een procent van de sterfte aan kanker kan verklaren. Zon 30% van de kankersterfte wijten zij aan voeding, de gewone alledaagse voeding. We eten te veel vet en vlees, te weinig groente en fruit, en misschien zijn die natuurlijke kankerverwekkende stoffen wel de veroorzakers van de kankersterfte. Dat weten we op het ogenblik niet. Wel weten we dat in dit vervuilde tijdperk de levensverwachting nog steeds toeneemt, en dat dat ondermeer komt omdat de sterfte aan hart- en vaatztiekte zowel als de kankersterfte afnemen. De toekomst ziet er uiterst zonnig uit, maar het wordt tijd dat we dat eens in gaan zien.
Ik wil dit eerste deel besluiten met een aantal conclusies:
Na de pauze zal ik ingaan op onze hysterische obsessie met een schoon milieu en de prijs die we daarvoor met mensenlevens betalen.
PAUZE
Voor de pauze heb ik het gevaar van kankerverwekkende stoffen gekleineerd, maar dat wil zeker niet zeggen dat mensen geen kanker kunnen krijgen door de consumptie van bepaalde chemicaliën.
Van roken krijg je longkanker, het schijnt dat boeren in Normandië die hun eigen Calvados stoken een hoge kans op slokdarmkanker hebben, asbest is kankerverwekkend evenals vinylchloride en zo zijn er nog wel meer zaken die bij mensen - dat is waar het om gaat in staat zijn gebleken de kans op kanker te verhogen.
Maar steeds waren dat tamelijk geisoleerde afgebakende zaken. De boeren in de Calvados drinken veel meer zelfgestookte calvados dan de rest van de bevolking. Het probleem is dus opgelost door de Normandische boeren te waarschuwen: wees eens voorzichtig met dat drankje dat jullie zo graag stoken. Er is geen noodzaak om de hele Franse bevolking af te raden Calvados te drinken.
En gelukkig is dat bij Calvados ook niet gebeurd. Helaas zijn er ook voorbeelden van hoe een relatief klein probleem wel tot gigantische omvang is opgeblazen, zodanig dat de oplossing uiteindelijk zelf een probleem werd, een probleem dat mensenlevens kost.
Ik zal U daarvan drie voorbeelden geven: asbest, DDT en de kosten van milieumaatregelen in het algemeen.
Onder de titel 'Asbest verwijderen? Alleen op de juiste manier' is enkele jaren terug huis aan huis in deze provincie een folder verspreid.
Zeeland heeft een bijzondere relatie met de asbestproblematiek, want bij scheepswerf de Schelde is dit natuurproduct, het is een delfstof, langdurig asbest gebruikt en eind jaren 60 toonde de Vlissingse arts Stumphius aan dat sommige Schelde werknemers kanker hadden gekregen als gevolg van het werken met asbest. De middelburgse arts Planteydt heeft zich in navolging van Stumphius ook verdiept in asbest, en het is ondermeer op zijn ontnuchterende informatie mijn verhaal is gebaseerd.
Eerst even de overheidsfolder. Daaruit halen we het volgende over de effecten van asbest:
Asbesthoudende produkten leveren geen gevaar op zolang het materiaal nog gaaf en onbeschadigd is. Maar zijn deze produkten wel beschadigd, dan kunnen de gevaarlijke en schadelijke asbestvezels vrijkomen. Deze minuscuul kleine vezels kunnen bij beademing tot diep in de longen doordringen, en daar uiteindelijk longkwalen als asbestose en longkanker veroorzaken, evenals mesothelioom, dat is kanker van het borst- of buikvlies.
Is dit niet waar dan, is asbest niet kankerverwekkend?
Blauwe asbest wel, en witte en bruine asbest veel en veel minder, waarschijnlijk niet.
In het foldertje doet men alsof alle asbestsoorten dezelfde werking hebben, maar er zijn verschillende soorten asbest, en die worden meestal aangeduid als blauwe, witte of bruine asbest.
Bij de Schelde werd destijds blauw asbest gebruikt en dat is de echt gevaarlijke soort asbest. Hier, en op diverse andere goed bekende plaatsen in het land heeft asbest slachtoffers gemaakt. Het gaat dan om plaatsen waar mensen via hun werk in aanraking kwamen met grote hoeveelheden asbest. Ze stonden bij wijze van spreke dagelijks in de asbestwolken.
Uit engels onderzoek is bekend geworden dat slechts 10% van de werknemers die het meest aan deze gevaarlijke vorm van asbest werden blootgesteld het gevreesde mesothelioom kregen, de doorgaans fatale kanker van het borst of buikvlies. 90%. van de werknemers kreeg deze vorm van kanker dus niet.
Ieder voorkombaar kankergeval is schrijnend, maar hieruit wordt wel duidelijk dat je een flinke dosis asbest, blauw asbest! binnen moet hebben gekregen wil je een waarneembaar hogere kans op kanker hebben. Het verhaal dat een vezel voldoende is om kanker te krijgen is een fabeltje.
Ook wordt gezegd dat asbestwerkers een hogere kans op longkanker hebben, maar uit onderzoeken daarnaar is duidelijk geworden dat asbestwerkers ook graag roken, en aangezien roken zeker kankerverwekkend is, blijft zo het belang van asbest moeilijk te achterhalen.
Maar goed, blauw asbest, is gevaarlijk, en het is goed dat het verboden is. Dat is overigens al sinds 1978 het geval.
Blauw asbest had maar een beperkt aantal toepassingen. Slechts 2% van alle in Nederland gebruikte asbest is blauw asbest. Bruin asbest wordt hier nauwelijks gebruikt en de resterende 98% is wit asbest zoals dat wordt gebruikt in bloembakken en kookplaatjes, remvoeringen, vinylzeil, dakplaten, asbestkoorden, allemaal nuttige toepassingen van witte asbest.
Als de overheid alleen die bedrijven waar blauw asbest werd verwerkt had gedwongen over te schakelen op een ander materiaal, dan was het probleem eigenlijk opgelost geweest, afgezien dan even van de kankergevallen door blauwe asbest waar we de komende decennia nog mee te maken krijgen. Maar in de visie van de overheid is asbest asbest, en is blauwe asbest dus net zo kankerverwekkend als witte asbest.
Is wit asbest kankerverwekkend? naar alle waarschijnlijkheid niet, of alleen als je hele grote hoeveelheden binnen krijgt. De grond in San Francisco is van nature dermate rijk aan witte asbest dat bij een gemiddelde wind de concentraties in de lucht alle normen overschrijden, maar toch heeft San Francisco geen hogere sterfte aan longziektes of mesothelioom dan andere steden.
Of luister naar de Wereld Gezondheidsorganisatie. Die noemt de kans op longkanker en mesothelioom voor de gewone bevolking 'undetectably low': te klein om te kunnen ontdekken. Met het verbod op wit asbest worden dus geen levens gered, het probleem is dus nodeloos veel groter gemaakt.
De eerste signalen komen dat we daar niet alleen financieel maar ook qua levens een prijs voor betalen. De ramp in 1986 met de Challenger zou veroorzaakt zijn door een afsluiter die niet meer van asbest gemaakt mocht zijn. Kun je dat nog als een incident beschouwen. Sinds het verbod op het gebruik van wit asbest in remvoeringen is het aantal fatale auto-ongelukken door falende remmen met tien procent toegenomen. Wat bedoeld was om levens te redden blijkt levens te kosten.
Een belangrijke inspiratiebron voor de milieubeweging is de angst voor bestrijdingsmiddelen. Die dateert van het begin van de zestiger jaren. Toen kondigde mevrouw Rachel Carson in een zeer emotioneel boek een Dode lente aan. Door ons massale gebruik van bestrijdingsmiddelen, zou in de lente het getwinkeleer van de vogels verstommen en mensen, kinderen en dieren zouden allemaal een verschrikkelijke dood tegemoet gaan.
Een van de grootste boosdoeners was volgens mevrouw Carson het bestrijdingsmiddel DDT, en als gevolg van haar oproep ontstond er een wereldwijde beweging voor het verbod van DDT, en in de zeventiger jaren verdween dit bestrijdingsmiddel dan ook van het toneel. De argumenten voor dat verbod waren vooral de angst dat DDT kankerverwekkend zou zijn, en dat het de eierschalen zo broos zou maken dat de voortplanting van de vogels gevaar zou lopen. Dat was slecht nieuws, ook voor al die mensen, zoals ondergetekende, die in hun jeugd flink met de flitsspuit waren bespoten om allerlei ongedierte te bestrijden.
Want je zou het licht vergeten: DDT was nooit bedoeld als milieuvervuilende stof, maar als insecticide, als middel om met name malaria muggen om zeep te helpen. Dat is belangrijk: je kunt met de natuur in harmonie willen leven, de malariamug gaat zijn eigen gang.
De malariamug veroorzaakt namelijk jaarlijks wereldwijd twee tot drie miljoen doden. Honderden miljoenen mensen lijden aan de ziekte. Honderden miljoenen. De komst van DDT maakte het voor het eerst mogelijk om de oorzaak van deze ziekte aan te pakken. Een veel geciteerd voorbeeld is Sri Lanka. Daar waren in 1948 voor de komst van DDT 2.8 miljoen gevallen van malaria. Vijftien jaar laten, in 1963 waren er nog 17. Halverwege de jaren zestig verminderde het spuiten met DDT en in 1969 waren er weer 2.5 miljoen gevallen van malaria op Sri lanka.
Er is uitgerekend dat het middel DDT alleen op aarde 30 miljoen mensenlevens heeft gered.
Dat werd gemakshalve even vergeten toen vanuit de rijke westerse wereld de vrees werd uitgesproken dat misschien de vogelstand schade zou ondervinden van DDT.
DDT is verboden. Geneesmiddelen tegen malaria zijn nog steeds nauwelijks voorhanden, een vaccin tegen de ziekte bestaat niet, er vallen nog steeds miljoenen doden als gevolg van deze ziekte.
Inmiddels is bekend dat DDT GEEN kankerverwekkende stof is. Het is bekend dat de stof soms zeer snel afbreekt, maar soms ook langdurig blijft bestaan, maar een echt probleem is dat niet want de stof is niet echt kwaadaardig. Er bestaat discussie over de vraag of DDT eieren brozer maakt, volgens sommige wetenschappers is ook dat een indianen verhaal.
Wel is het zo dat insekten op den duur resistent worden tegen DDT, dus dat men niet eindeloos door had kunnen gaan met spuiten. Of beter: Men had misschien snel veel meer moeten spuiten zodat de mug geen tijd had gehad om resistent te worden.Dan was malaria misschien wel helemaal van de aardbol verdwenen, net als het pokkevirus. Het malaria en DDT verhaal is een voorbeeld van hoe miljoenen levens opgeofferd worden aan een goed milieu.
Als met asbest en met DDT de signalen van problemen goed waren geinterpreteerd dan had men een beperkt aantal maatregelen kunnen nemen om de kanker bij de werknemers in de metaalindustrie te voorkomen en om DDT in plaats van uit vliegtuigen te spuiten aan de binnenkant van een hut te smeren. Dat laatste stelt trouwens nog steeds de nederlandse hogleraar Koeman voor. Maar de overdreven angst voor deze en andere chemicaliën heeft tot gevolg dat er een stemming ontstaat dat men een bepaalde stof gewoon helemaal de wereld uit wil hebben, ieder risico moet worden uitgebannen. Dus niet alleen blauw asbest verwijderen waar het problemen veroorzaakt maar ook waar iets wat op blauw asbest lijkt wellicht ooit problemen kan veroorzaken. En dan gaat de wet van de verminderde meeropbrengst spelen. Want dan stop je niet alleen maar met asbest in schepen, maar ook met asbest als isolator tegen hitte in kachels, als remvoering, als pakking, als dakbedekker enzovoort allemaal toepassingen die ongevaarlijk en nuttig zijn. Het verwijderen van nuttige asbest, zeg maar het teniet doen van eerder nuttig werk, is een hele bedrijfstak geworden. Was vroeger een sloper nog een beetje een a-sociaal beroep, nu is het een sjieke branche waar men in de Gouden Gids graag voor adverteert.
Nu zult U zeggen: dat zal wel, maar ik vind het toch een prettige gedachte dat er, ook al is het overdreven, iets voor mijn gezondheid wordt gedaan. Het is toch maar mooi meegenomen. Dat is de vraag.
Toen ik dit verhaal begon heb ik gezegd: stel U bent minister van Gezondheid en Milieu en ik gaf U een imaginair voorbeeld van hoe je als minister voor de keuze staat met een miljoen gulden 10 of honderd mensen het leven te redden. Kies je ervoor om tien mensen het leven te redden, dan sterven er dus honderd. Voordat je je geld uitgeeft moet je dus een goede kosten/batenanalyse doen.
In de Verenigde Staten waar ze gelukkig alles uitrekenen worden deze kosten batenanalyses gelukkig steeds vaker gemaakt. Er zijn er zoveel dat men aan de universiteit van Harvard vijfhonderd van die analyses op een rijtje heeft gezet om eens te kijken wat ze daar uitgeven om een mensenleven te redden.
Men maakte daar een verdeling van drie wijzen om mensenlevens te redden: via de gezondheidszorg, dus openhartoperaties, kankertherapie, mondopmondbeademing, vaccinatie tegen kinkhoest maar ook door geld uit te geven aan voorlichtingscampagnes tegen het roken.
De tweede methode om levens te redden is door het verhogen van de veiligheid: airbags in autos, betere keukentrapjes, keuring van elektrische apparaten en dergelijke.
De derde methode betreft de strijd tegen gevaarlijke stoffen en straling: bijvoorbeeld overal asbest verwijderen, zeer zware normen opleggen bij lozingen, enzovoort. De prijs van een gered mensenleven via de gezondheidszorg, meestal onder kritiek vanwege zijn peperdure specialisten, bedraagt volgens deze indrukwekkende studie 19.000 dollar.
De mediaan prijs van een gered leven via veiligheidsmaatregelen bedraagt 48.000 dollar, en de prijs van een gered leven dankzij milieumaatregelen bedraagt 2,8 miljard dollar. De gevaren van al die stoffen zijn zo piepklein, en je moet zo ontzettend veel doen om de maatschappij van die stoffen te vrijwaren dat de geldkraan permanent open mag staan.
Ik begon dit verhaal met een imaginaire berekening van hoe U als minister moet afwegen of U 2000 gulden of 20.000 gulden uit mag geven om een leven te redden, omdat tegenover ieder gered leven ook een verloren leven staat. Je pleegt als minister statistische moord, en dat is helaas onontkoombaar, zo concludeerde ik. Maar volgens de Harvard onderzoekers komt de huidige milieuwetgeving neer op het jaarlijkse verlies van 60.000 mensenlevens. Die zouden 10 jaar langer kunnen leven als het geld dat nu aan de bestrijding van gevaarlijke stoffen wordt gespendeerd besteed zou worden aan de gezondheidszorg. In die situatie bedrijft een minister die voor het milieu kiest niet zomaar statistische moord, maar statistische massamoord.
Tenslotte, door de opbouw van mijn betoog kon ik niet duidelijk maken dat de situatie in feite nog dramatischer is dan men aan de Harvard universiteit kon aantonen. Daar moest men namelijk uitgaan van de officiele risicoschattingen zoals die op basis van dierexperimenteel onderzoek tot stand zijn gekomen, en die zijn zoals bekend waardeloos. Als dat gegeven wordt verwerkt dan ontvalt helemaal iedere basis aan het milieubeleid. Hoe dan ook, de auteur van deze Harvard studie spreekt met een ongewone heftigheid dat dit perverse patroon van investeringen doorbroken moet worden, en ik wil me daar graag bij aan sluiten.
Theo Richel