Wordt er wel zoveel anders?
Een reactie op het Rapport Anders Scheiden van mr Job de Ruiter c.s.
Inleiding
De vele tienduizenden vaders die nu na een (echt-)scheiding hun kinderen verliezen hoeven er niet op te rekenen dat hun positie in de toekomst zal verbeteren. En ook de vaders die in de komende jaren nog zullen scheiden moeten er vanuit gaan dat de kans dat ze hun kinderen gedurende vele jaren niet meer zullen zien ongeveer 50% bedraagt. Een groot gedeelte van de vaders die wel hun kinderen zien, zullen blijven ervaren dat die omgang als een gunst beschouwd moet worden in plaats van wat het is: een recht. Slechts een klein gedeelte van de gescheiden vaders zal een normale omgang met hun kinderen kunnen hebben (1).
Dat is de conclusie na lezing van het onlangs verschenen rapport Anders Scheiden van een commissie onder voorzitterschap van voormalig Minister van Justitie Mr. Job de Ruiter. In deze nota, die begin oktober 1996 is aangeboden aan de Staatssecretaris van Justitie mw. Schmitz bevelen De Ruiters c.s. een aantal wijzigingen aan die moeten bijdragen aan een rechtvaardige en duurzame regeling van de gevolgen van scheiding. Sommige van de voorgestelde maatregelen houden een verbetering in, maar de meeste voorstellen gaan voorbij aan de oorzaak van veel scheidingsellende, en blijven dientengevolge hangen in de sfeer van goede bedoelingen. Als ze al gerealiseerd worden dan blijft de deur voor sabotage wagenwijd open staan.
Bij scheidingen moeten heel wat zaken geregeld worden en daarbij hoort de regeling ten aanzien van de kinderen bovenaan te staan. Sedert 1990 is in de wet vastgelegd dat de ouder die niet met het gezag belast is, recht heeft op omgang met zijn kinderen. Veel van deze niet-gezaghebbende ouders (meestal: de vader) hebben echter ervaren dat er ten opzichte van voor 1990 niet veel veranderd is. Het recht op omgang is nog immer geen vanzelfsprekendheid, maar een recht dat bevochten moet worden. Als (doorgaans) moeder een omgangsregeling saboteert en vader protesteert daartegen, dan komt niet degene die de wet heeft overtreden in het verdachtenbankje, maar degene die vraagt om uitvoering van de wet.
De vader wordt dan door diverse partijen beoordeeld op zijn geschiktheid als vader en op de vraag of zijn contact met het kind niet potentieel schadelijk is. Er wordt heel veel energie gestopt in het zoeken naar mogelijke argumenten om de omgang tegen te houden. In theorie zou alleen crimineel gedrag aanleiding kunnen zijn om het contact tussen vader en kind te verstoren, in de praktijk blijkt het feit dat vader soms op de fiets een liedje zingt of zijn huis verbouwt aanleiding is om hem de toegang tot het kind te ontzeggen - het is slechts een greep uit de vele absurde dossiers die zich in de loop der jaren hebben opgestapeld.
Besluit in dit proces de rechter uiteindelijk dat de wet dient te worden uitgevoerd, ergo dat er omgang moet komen, dan nog is het de vraag of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Veel rechters leggen zich neer bij de uiteindelijke weigering van de moeder om gevolg te geven aan de beschikking.
De gelijkwaardigheid tussen man en vrouw bestaat dus hoofdzakelijk op papier. Een vader die weet dat zijn huwelijk (of ander verband) op springen staat weet dat hij als vader vanaf dat moment zo goed als vogelvrij is. Hij weet dat de kans dat hij met zijn kinderen een normale band kan blijven onderhouden klein is, hij weet dat de kans levensgroot is dat juridische gevechten om de kinderen te zien in zijn nadeel beslecht zullen worden. Hij weet dat heel veel mensen nog wantrouwig de wenkbrauwen fronsen als hij zegt dat hij zijn kinderen ook wil opvoeden (2). Vanuit dat besef is het lastig onderhandelen over wat er met de kinderen moet gebeuren na de scheiding. Of de scheiding nu via de door de Cie de Ruiter bepleitte bemiddeling tot stand komt of op de tot nu toe gebruikelijke wijze waarbij iedere aanstaande ex zijn eigen advocaat heeft; of de vader zich in de onderhandelingen vriendelijk en constructief gedraagt uit angst de kinderen te verliezen, of zich juist hard presenteert, het is in de praktijk van weinig belang. Weinig moeders zullen ten tijde van de echtscheiding advocaten en rechters wakker willen schudden door te roepen dat hun ex de kinderen nooit meer mag zien. De goede moeders zullen oprecht vinden dat hij als vader immers recht heeft op een normaal contact met de kinderen, de mindere moeders zullen denken: dat zien we straks wel als de rechter de andere kant op kijkt. Na de scheiding gedragen heel veel goede moeders zich uiteindelijk toch als slechte moeders en gaan ze alsnog de contacten tussen de kinderen en de vader frustreren. In al die gevallen blijkt het scheidingsconvenant een vooral duur maar verder waardeloos document.
In Anders Scheiden ontkent de Commissie de Ruiter niet dat er veel problemen zijn met betrekking tot de omgang met kinderen. De redenering van de Commissie lijkt echter te zijn dat die problemen vooral worden veroorzaakt door de gebrekkige wijze waarop afspraken worden gemaakt. In de visie van veel vaders is niet zozeer de totstandkoming van de afspraken een probleem, maar de naleving ervan. Voor die problematiek lijken De Ruiter c.s. de ogen te sluiten.
Wie als vader scheidt steekt heel vaak zijn hoofd in een strop. Volgens De Ruiter moet hij dat in het vervolg in goed overleg doen. Blijkt hij toch te worden opgehangen dan mag hij naar de rechter. Als hij daar met verstikte stem zijn recht opeist zal men zeggen: wat een vreemde man, moet die kinderen opvoeden?
Wat moet er eerst gebeuren, dus voordat de meeste van De Ruiters voorstellen kunnen worden gerealiseerd?
In de wet hoeft wat dat betreft weinig of niets aangepast te worden, het recht op omgang is daar sinds 1990 vastgelegd. Waar het vooral aan ontbreekt is dat rechters de bestaande wet uitvoeren. Sommigen doen dat - want middelen om de wet uit te voeren zijn er wel degelijk - en op hun positieve ervaringen kan verder worden gebouwd. Als de rechtspositie van vaders daadwerkelijk gegarandeerd is kunnen vader en moeder op voet van werkelijke gelijkheid conform de voorstellen van De Ruiter aan hun echtscheiding beginnen en deze rechtvaardig afhandelen.
Wat wil de Commissie de Ruiter?
De aanbevelingen van de commissie de Ruiter zoals ze zijn vastgelegd in de nota Anders Scheiden komen neer op de volgende:
- het scheiden buiten de rechter om moet mogelijk gemaakt worden.
- Partijen moeten worden bijgestaan door tenminste een advocaat of notaris
- Er moeten specifiek opgeleide echtscheidingsbemiddelaars komen.
- Ouders behouden na scheiding de ouderlijke macht (het gezag)
- In het echtscheidingsconvenant dient verplicht een aantal zaken te worden besproken, zoals een regeling die op de kinderen betrekking heeft.
- Minderjarigen van twaalf jaar en ouder moeten gehoord worden tijdens de scheiding.
Alvorens deze punten te bespreken schetsen we eerst de omgangsproblematiek kwantitatief en kwalitatief. Dat zal gebeuren vanuit het perspectief van de vader die zijn kinderen niet mag zien. Hoewel niet ontkend kan worden dat met een scheiding nog heel wat meer problemen samenhangen dan omgang alleen menen wij dat die andere problemen nu reeds veel onbelangrijker zijn dan de omgangsproblematiek en vanaf het moment dat de omgangsproblematiek is opgelost, zullen die problemen veel makkelijker oplosbaar worden.
De omvang van het omgangsonrecht
In Anders Scheiden wordt toegegeven dat er een omgangsproblematiek bestaat, maar er wordt niet ingegaan op de omvang daarvan. Hoewel exacte cijfers niet beschikbaar zijn, hebben verschillende publicisten zich gebogen over dit vraagstuk. Een overzicht:
* Jaarlijks vinden er volgens het begin dit jaar verschenen rapport De praktijk van het omgangsrecht in Nederland tussen de 35.000 en de 37.000 echtscheidingen plaats. In ongeveer de helft van de gevallen zijn er minderjarige kinderen. Laten we uitgaan van 17.500 scheidingen waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn. In 1994 stelde de rechter in een vijfde van de echtscheidingszaken met kinderen een omgangsregeling vast. Je mag ervan uitgaan dat deze 3500 gevallen als probleemgevallen te omschrijven zijn: als de rechter vast moet stellen hoe vaak je je kind te zien krijgt dan is er ook iemand die dat tracht te verhinderen. In 4% van de gevallen van echtscheidingen waarbij de rechter gevraagd wordt zich uit te laten over een omgangsregeling beslist de rechter dat er geen omgang dient te komen. In het bovenstaande voorbeeld zou dat neerkomen op 4% van 17.000 is 680 gevallen. 680 vaders (doorgaans) krijgen dus jaarlijks te horen dat ze hun kind(eren) niet meer mogen ontmoeten.
Je kunt een poging doen om het positief te bekijken: van de 17.500 echtscheidingen jaarlijks waarbij kinderen betrokken zijn hoefde de rechter in 80% van de gevallen geen omgangsregeling vast te stellen (14.000). De vraag is echter hoeveel reden er is voor zon positieve blik: een gedeelte van die 80% maakt later alsnog een zaak aanhangig om omgangsregelingen vastgesteld te krijgen, maar een gedeelte haakt af.
* Hoeveel rechtszaken er later plaats vinden om een omgangsregeling te realiseren konden de makers van het rapport De praktijk van het omgangsrecht niet achterhalen. Ze vroegen aan een drietal arrondissementen hoeveel zaken er plaats vonden en op basis van die gebrekkige cijfers is te berekenen dat dat er in Nederland jaarlijks zon 800 zijn. In een kwart van de gevallen (200) beslist de rechter dat omgang niet plaats dient te hebben. Plus de eerdere 680 maakt dat in Nederland 880 mensen, meest vaders, jaarlijks van de rechter te horen krijgen dat ze hun kinderen niet meer mogen zien.
Maar zeker niet iedereen met een gebrekkig nagekomen of niet bestaande omgangsregeling gaat naar de rechter. Een feit is dat advocaten vaak hun cliënt ontraden om hun recht te gaan halen: Met de rechter gaat een scheiding nog slechter (3) weten veel advocaten dan. Ze maken duidelijk dat de kansen dat de vader een normaal contact met zijn kind kan krijgen klein zijn; dat de moeder alle mogelijkheden heeft om tegen te werken en dat een en ander behoorlijk lang kan duren, het zijn allemaal geen bevorderende factoren voor een bezoek aan de rechter (4).
* Uit de produktiecijfers van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat men daar in 1994 4364 zaken heeft behandeld die betrekking hadden op echtscheidingen. (Perspectief nr 6 okt 1996)
* Ten behoeve van zijn boek over het vaderschap verrichte pedagoog Joep Zander uit Deventer de volgende calculaties: in 1995 waren er 38806 echtscheidingen. Hierbij waren in 19.713 gevallen kinderen betrokken, en dat zou omgerekend op ongeveer 30.000 kinderen neerkomen.
In 1995 verliep de gezagstoewijzing na huwelijk als volgt: 5% aan man, 71% aan vrouw, 7% divers (allebei een deel van de kinderen) toegewezen, 17% handhaving gezag (co-ouderschap) Dit alles op grond van extrapolatie van CBS-gegevens.
Uit onderzoek (5) blijkt dat 40% van de kinderen een jaar na echtscheiding het contact met een van de ouders mist. Dat zou neerkomen op 12.000 kinderen per jaar die hun vader niet meer kunnen ontmoeten (grootouders en overige familieleden niet meegerekend).
Er zijn ook kinderen die worden geboren uit niet huwelijkse relaties. Deze groep is kleiner dan de kinderen die binnen huwelijken geboren worden, maar gezien het lossere karakter van deze relaties schat Zander dat in deze groep verhoudingsgewijs meer vaders en kinderen elkaar niet meer zien. Hij schat dat alles bij elkaar genomen de groep kinderen die één van de ouders nien meer ziet jaarlijks groeit met tussen de 15000 en 16000 kinderen.
Over feitelijk contact tussen ouders en kinderen is ongeveer de helft van de ouders tevreden. Dit betekent dat in de helft van de contacten/regelingen er een bevredigende vreedzame en bestendige situatie lijkt te bestaan. Dat betekent per saldo dat 75% van de kinderen uit een scheidingssituatie zich in een bijzonder onbevredigende situatie bevindt
Deze aantallen komen er elk jaar dus bij, dus het gaat cumulatief om honderdduizenden gevallen(6).
Zander:Tot mijn verrassing bleek me dat in Duitsland waar bet familierecht bijna hetzelfde is georganiseerd als hier het percentage (50% geen contact) hetzelfde lag. Deze waarneming verhoogt de betrouwbaarheid van het gegeven.
Samenvattend: Deze cijfers zijn verre van volledig maar ze maken het in ieder geval heel moeilijk om het probleem te bagatelliseren. Staatssecretaris Schmitz probeert dat wel door te spreken over een probleempercentage van 4 à 5%, maar daarbij baseert zij zich uitsluitend op de aantallen rechtszaken over dit onderwerp. Zoals elders uit dit stuk blijkt, adviseren advocaten juist vaak om geen pogingen te ondernemen het recht te halen.
Een normaal contact ?
Hierboven is gezegd Slechts een klein gedeelte van de gescheiden vaders zal een normale omgang met hun kinderen kunnen hebben. Sommigen zullen dit overdreven vinden, aangezien er toch heel wat omgangsregelingen worden vastgelegd en uitgevoerd. Het misverstand zit hem erin dat een omgangsregeling iets volstrekt anders is dan een normaal contact. De dochters van TR (een van de auteurs van dit stuk) wonen in hetzelfde dorp als hij. Ze onderhouden met hun vriendjes een normaal contact, ze eten en logeren dat het een lieve lust is - en terecht. Met hun vader onderhouden ze geen normaal contact maar een omgangsregeling. Dat betekent dat ze niet naar hem toe durven komen buiten de strikt vastgelegde uren, en als ze het doen zetten ze schielijk de fiets achter een muurtje opdat een langsrijdende moeder het niet zal zien (anders zwaait er wat). Volgens de gangbare opvattingen hebben de beide ex-en het prima geregeld - maar de vader en de kinderen ervaren het als een gestreste toestand (de opvattingen van de moeder zijn niet bekend). Bij de scheiding - via bemiddeling tot stand gekomen - was overigens afgesproken dat de kinderen geen strobreed in de weg gelegd zou worden m.b.t. het contact met de vader maar na de scheiding bleek die toezegging vergeten. De advocaat adviseerde vooral verder niets te doen, en zeker geen juridische stappen te ondernemen, dan zou alles alleen maar slechter worden.
Deze omgangsregeling komt niet in de statistieken terecht een mislukking of een probleem dat bij de rechter belandt. Het is volgens de gangbare inzichten een succes.
De wet wordt gehandhaafd - als je geluk hebt
Als een vader, in weerwil van de goedbedoelde adviezen van zijn advocaat toch besluit om zijn recht te gaan halen, zal uiteindelijk de rechter een beslissing nemen. Zijn overwegingen worden gedomineerd door de vraag: wat is het beste voor het kind. Dat valt als nobel te kwalificeren, maar mondt helaas vaak uit in de volgende redenering:Als ik beslis dat dat kind best af en toe naar de vader toe kan gaan, dan staat die moeder helemaal in lichtelaaie. Ze heeft weliswaar geen gelijk, die vader heeft tijdens het huwelijk misschien wel meer voor die kinderen gedaan dan zij, maar die kinderen zijn nu bij haar, en als die geconfronteerd worden met een hysterische moeder is dat niet goed voor hen. Dus: geen omgang.
Er zijn ook rechters die uiteindelijk beslissen: Er moet omgang komen, maar het vervolgens de facto aan de moeder overlaten om die omgang al dan niet te effectueren.
Voor het rapport De Praktijk van het Omgangsrecht is aan een aantal rechters gevraagd hoe zij optraden in gevallen waar de moeder alle medewerking weigerde. Daaruit:
Ook over de zin van dwangmaatregelen wordt verschillend gedacht. Op voorhand is geen enkele rechter tegen dergelijke middelen ter handhaving van het omgangsrecht, maar de een denkt duidelijk positiever over de effectiviteit dan de ander. Sommigen zien bij de beschikbare middelen zoveel nadelen dat eventuele voordelen daar niet tegenop wegen. Gijzeling van de gezagsouder bijvoorbeeld wordt traumatisch geacht voor de kinderen; omgang afdwingen door de politieagent een kind van huis te laten halen wordt eveneens te belastend gevonden voor kinderen; een dwangsom wordt afgewezen omdat bij een bijstandsmoeder niets te halen valt; een OTS (onder toezicht stelling) maatregelen vindt men een te zwaar instrument; en gezagswijziging gaat voorbij aan de eerder gemaakte overwegingen dat de huidige gezagsouder het beste in staat is het kind die stabiliteit en veiligheid te geven die voor zijn of haar ontwikkeling nodig is.
Er zijn echter ook rechters die minder terughoudend zijn in het opleggen en uitvoeren van (dwang-) maatregelen. Zo leggen zij soms een OTS op: Deze vorm van begeleiding door de gezinsvoogd kan moeder gigantisch inzicht geven in de mechanismen die leiden tot haar verzet en in de gevolgen daarvan voor haar kind. Ook wordt door deze rechters wel met gijzeling gedreigd of worden dwangsommen opgelegd en geïnd. De geïnterviewde rechters die van dergelijke (dwang-)maatregelen gebruik maken zijn overtuigd van de effectiviteit. Gijzeling bijvoorbeeld acht men in sommige gevallen een doeltreffend afschrikmiddel (en een enkele maal is de gijzeling uitgevoerd) en ook de dreiging met gezagswijziging wil wel eens helpen.
Omgang blokkeren = kindermishandeling
De overweging van veel rechters is dus dat uitvoering van de wet soms te pijnlijk is voor de kinderen. Binnen de organisaties van gescheiden ouders neemt echter de overtuiging toe dat het niet uitvoeren van de wet op termijn schadelijker is voor de kinderen, zelfs gelijk valt te stellen met een vorm van kindermishandeling (7).
Iedereen is het er over eens dat een scheiding voor kinderen een traumatische beleving kan zijn. Onder het mom van het beschermen van het belang van het kind wordt nu vaak het trauma voor zowel vader als kind vergroot. Kinderen vinden het al erg genoeg dat vader en moeder niet meer bij elkaar willen zijn, maar waarom moet dat betekenen dat zij de vader niet meer mogen zien? Zij hadden toch geen ruzie met de vader?
Teneinde deze bittere pil voor de kinderen acceptabel te maken grijpt moeder dan maar naar het middel van het zwart maken van de afwezige vader, en vaak accepteren de kinderen dat dan: de onzichtbare wordt boeman, bij verstek veroordeeld.
Waarschijnlijk is dat het kind door deze rigide opstelling van moeder
- schade ondervindt;
- opgroeit in een klimaat van haat;
- het idee krijgt dat je je moeder voor eeuwig hebt, maar dat je je vader op het gemeentehuis voor een ander kan ruilen;
- zich later zal realiseren dat wat moeder deed volstrekt fout is, maar tot de vreemde ontdekking moet komen dat de rechter zon fout blijkbaar honoreert.
Uit opmerkingen van rechters blijkt dat reeds het dreigen met daadwerkelijke uitvoering van de wet moeders tot inkeer kan brengen. Pleitbezorgers voor een steviger optreden van de rechterlijke macht krijgen echter steevast voor de voeten geworpen dat ze er dan blijkbaar voorstander van zijn dat kinderen door de politie bij hun moeder worden weggehaald - en dat zou traumatisch voor ze zijn, (hoewel dit toch een bespreekbaar onderwerp lijkt te worden(8)).
Maar dit argument dient vooral om de slachtoffers van omgangsperikelen weg te zetten als extremisten. De rechterlijke macht beschikt wel degelijk over mogelijkheden om duidelijk te maken dat een beschikking geen vodje is dat de moeder al dan niet serieus kan nemen, het ontbreekt vooral aan de wil om die mogelijkheden te benutten.
Het is een vreemde afweging: blijkbaar vindt de rechter een eenmalig bezoek van de politie aan de deur gevaarlijker dan het jarenlang frustreren van het contact met de andere ouder en het vergiftigen van de kinderziel met leugens over de vader (9). De rechter die kiezen voor het kind gelijk stelt met kiezen voor de moeder en tegen de vader, behartigt niet het belang van de kinderen.
In schril contrast hiermee staat de bereidheid van de rechterlijke macht om met politie en al aan de deur te verschijnen wanneer vader tegen de wil van de met het gezag belaste moeder de kinderen bij zich houdt. Op dergelijk gedrag van de vader staat een maximale gevangenisstraf van negen jaar. In de wet zou moeten worden opgenomen dat een dergelijke straf ook de moeder wacht als ze de kinderen tegen de afgesproken regelingen in bij de vader weg houdt. Nu is op dit vlak niets geregeld.
Er zijn overigens wel geschiktere middelen om omgang af te dwingen dan gevangenisstraf, zoals gijzeling, paradoxale gezagstoewijzing of een boete. In De Praktijk van het Omgangsrecht vertellen rechters dat soms het dreigen met maatregelen al succesvol is. Die uitzonderingen daargelaten kampt de rechtsspraak tot dusver met een gebrek aan geloofdwaardigheid op dit gebied.
Een vader, heb je daar wat aan?
Hoewel rechters ongetwijfeld niet over een nacht ijs gaan, geven hun beslissingen aan dat ze de vader bij de opvoeding van de kinderen uiteindelijk minder belangrijk vinden dan zijn portemonnee, dan de 'rust' bij de moeder thuis, dan een opvoeding in haat. Misschien menen de rechters dat ze het er zelf als vader miserabel van af brengen, maar andere mensen zien in het leven van een kind wel degelijk een plaats voor vaders (10).
Psychologe Else Marie van den Eerenbeemt formuleerde het in de Libelle aldus:Als je kinderen geen hoop geeft op de toekomst snijd je in wezen de zuurstof af. Misschien is wel het allerbelangrijkste dat een kind de vrijheid krijgt van beide ouders te houden. Als daar een verbod op ligt, wordt het basisvertrouwen van het kind in zichzelf en in de relaties - de intieme relaties en de relaties in de buitenwereld - systematisch vernietigd. ( )
(Weliswaar) kan je partner je ex worden. Maar je vader kan nooit je ex-vader worden. Dus blameer de vader van je kind niet, maar geef hem een plek. ( ) geef je je kind niet de vrijheid van de andere ouder te houden, dan blijft het daar een leven lang mee tobben. Ik vind dat kindermishandeling, zo sterk wil ik dat stellen. ( ) Al is het maar een minimale verbinding die je legt, als je kind maar een draadje heeft om vast te houden. Kinderen hebben een elastieken trouw.
De ene ouder die de andere ouder frustreert in de omgang met het kind, dat is de ongeschreven misdaad van deze eeuw (Prof. Dr. P. Hoefnagels in de Volkskrant van 10 september 1994)
Als een kind geen omgang meer wil is dat het gevolg van de gezindheid van het gezin waarin het kind leeft (Hoefnagels in: Het Huwelijk; Rotterdam).
Anders scheiden?
Het bovenstaande is de achtergrond waartegen de aanbevelingen in Anders Scheiden van de Ruiter moeten worden beoordeeld. Op die aanbevelingen gaan we hieronder in:
- het scheiden buiten de rechter om moet mogelijk gemaakt worden.
- Partijen moeten worden bijgestaan door tenminste een advocaat of notaris
- Er moeten specifiek opgeleide scheidingsbemiddelaars komen.
- Ouders behouden na scheiding de ouderlijke macht (het gezag)
- In het scheidingsconvenant dient verplicht een aantal zaken te worden besproken, zoals bijvoorbeeld een regeling die op de kinderen betrekking heeft.
- Minderjarigen van twaalf jaar en ouder moeten gehoord worden tijdens de scheiding.
Ad 1 en 2. De eerste drie punten leveren weinig bezwaren op: een rechter heb je nodig als er problemen zijn, en als er geen problemen zijn, dus als je er in geslaagd bent om je echtscheiding samen met je aanstaande ex goed te regelen dan is daar geen rechter bij nodig. In het verleden hebben rechters overbodig werk gedaan - dat is het probleem dat met dit voorstel wordt opgelost. Een vraag is wat advocaten en notarissen daar dan nog bij te zoeken hebben, en waarom je niet gewoon samen met je ex naar de burgerlijke stand kunt gaan om een door beiden ondertekend wettelijk geaccepteerd formulier te deponeren. Een belangrijk argument van de commissie hiervoor is dat een mogelijk zwakkere partij tijdens de echtscheiding zo beter beschermd kan worden.
Het rapport lezend ontstaat de indruk dat hier vooral over de financieel zwakkere partij wordt gesproken, de niet kostwinner die straks alimentatie zal gaan ontvangen. In de visie van organisaties van gescheiden mensen is dit voorstel alleen opgenomen om de beroepsgroep advocaten, voor wie het fenomeen echtscheiding immers een miljoenenomzet betekent, aan het werk te houden. In Denemarken is een echtscheiding een administratieve procedure waar in slechts 6% van de gevallen de hulp van een advocaat wordt ingeroepen.
Het argument van de Commissie de Ruiter dat een scheidingsconvenant met de handtekening van de advocaat of notaris eronder pas rechtsgeldigheid krijgt klinkt zwak: een stempel van de burgerlijke stand kan daar ook voor zorgen.
Ad 3. Bij de klassieke vorm van scheiden staan twee advocaten tegenover elkaar die zoveel mogelijk voor hun cliënten uit het vuur trachten te slepen. Dat in die strijd nogal wat gevoelens onnodig beschadigd worden is een besef dat de laatste decennia steeds meer is doorgedrongen. Via een scheidingsbemiddelaar kan in onderling overleg bekeken worden hoe de boedel verdeeld zal worden en welke regeling er voor de kinderen wordt afgesproken. Een scheidingsbemiddelaar zou iemand moeten zijn met meer verzoenlust dan vechtlust, iemand met meer kennis van de psychologie dan van het wetboek.
Dat hoeft niet per se een advocaat te zijn, maar in de nota Anders Scheiden wordt er op gewezen dat steeds meer advocaten zich met deze bemiddeling bezig houden. In andere landen zijn er specifieke bemiddelaars of houden als zodanig opgeleide relatietherapeuten zich met deze problematiek bezig (11). Er zijn signalen dat in die landen ook minder omgangsproblemen zijn.
Hierboven is reeds betoogd dat bemiddeling pas zinvol wordt als beide partijen ervan verzekerd zijn dat ze na de scheiding een normaal contact met hun kinderen kunnen blijven onderhouden en dat de rechter ook bereid zal zijn degene die de omgang frustreert te dwingen daarmee op te houden. Tot dat moment is bemiddeling zinloos.
Ad 4 en 5. Vroeger was er sprake van een Voogd en een Toeziend Voogd, en tegenwoordig van de gezagsouder en de niet-gezagsouder, maar bij de meeste scheidingsprocedures wordt een van de ouders met het gezag bekleed en de andere ouder wordt uit de ouderlijke macht gezet: ont-ouderd. In de voorstellen van de Cie de Ruiter behouden beide ouders na scheiding het gezag. Dit voorstel is de grootste verdienste van de Commissie de Ruiter.
Het is evenwel mogelijk dat een van de beide ouders alsnog het gezag aanvraagt. Er is alle reden om te denken dat de huidige situatie onveranderd blijft: de moeder hoeft maar te kikken of ze krijgt het gezag toegewezen. Maar al te vaak is een dergelijk verzoek om gezag de aanzet om alle contacten tussen de kinderen en de vader te blokkeren.
De organisaties van gescheiden ouders bepleiten juist dat het blokkeren van de omgang als dusdanig kwalijk wordt gezien dat op zoiets gereageerd zou moeten worden met een wijziging van de gezagsverhouding ten gunste van de andere ouder die beter kan garanderen dat het kind beide ouders blijft ontmoeten, en uiteindelijk misschien zelfs met gevangenisstraf.
In Den Haag ligt ook nog wetsvoorstel 23714 op tafel, en dat houdt in dat de nieuwe partner van de moeder het volledige gezag over het kind kan verwerven. Voorwaarde daarvoor is dat de (biologische) vader minstens drie jaar al geen gezag meer heeft. Een dergelijke regeling verzwakt de rechtspositie van de (biologische) vaders dus nog verder, en het is de volgende bom onder de bemiddelingsvoorstellen van De Ruiter. Zou een dergelijke dreiging de onderhandelingen in het kader van de scheidingsmiddeling veraangenamen of juist niet? En: waarom heeft de Commissie de Ruiter zich over een dergelijk verstrekkend voorstel niet uitgesproken? Te verwachten is dat deze mogelijkheid het ontouderen van de oorsrponkelijke vader zal vergemakkelijken en stimuleren. Zodat het netto effect van het te wijzigen artikel 251 misschien zelfs wel negatief wordt.
Wel kan er uiteraard een geschil over de verzorging van de kinderen zijn, maar dat zal niet zo vaak gebeuren als de niet-verzorgende ouder zeker weet dat omgang een sterk recht is. Een recht dus, dat geëffectueerd zal worden.
Ad 6. Het is reeds in de wet vastgelegd en de Commissie de Ruiter bevestigt dit nogmaals: Minderjarigen van twaalf jaar en ouder moeten gehoord worden tijdens de scheiding.
Vanuit de organisaties voor gescheiden ouders is hiertegen veel verzet. Men vindt het onethisch om kinderen, ook kinderen van minstens twaalf jaar, voor één ouder te laten kiezen, omdat zij daarmee tegen de andere ouder kiezen. Dat is misschien niet de oorspronkelijke bedoeling, maar zonder de garantie van omgang is dat wel het effect. Als er een garantie is van omgang valt te overwegen ze te raadplegen over waar ze zouden willen wonen. Bij voorkeur moet de scheiding en alles wat ermee samenhangt de kinderen eenvoudig overkòmen zonder dat zij er in enig opzicht partij in zijn geweest. Kinderen van gescheiden ouders voelen zich vaak schuldig aan de situatie zonder dat daar reden voor is. Waarom moeten ze werkelijk schuldig gemaakt worden? Nogmaals: garantie van omgang kan hier veel pijn verlichten.
Algemene opmerkingen
De nota Anders Scheiden is doordesemd van het besef dat de overheid niet alles kan en dat de burgers veel zaken zelf moeten oplossen. "De scheiding behoort immers nadrukkelijk tot het private domein, waarvoor mensen zelf verantwoordelijkheid dragen. Overheidsbemoeienis hiermee zou, indien niet strikt noodzakelijk, achterwege moeten blijven. Sommigen proeven in deze frasering een onwil van de overheid om zich uberhaupt met de bestrijding van het omgangsonrecht bezig te houden.
De positie van de Raad voor de Kinderbescherming is overigens een curieuze. In feite heeft deze instelling alleen een taak bij het bestrijden van kindermishandeling en daarvan is in de overgrote meerderheid van de echtscheidingen - volgens de vigerende opvattingen - geen sprake. Niettemin wordt de kinderbescherming ingeschakeld om te beoordelen of vader - als was hij toch een potentiële mishandelaar - wel geschikt is als vader. Volgens meer recente inzichten is bij het blokkeren van de omgang juist de moeder de mishandelaar, maar vreemd genoeg vindt die vaak de kinderbescherming aan haar zijde.
Volgens de organisaties van gescheiden ouders is er alleen een plaats voor de kinderbescherming als deze het blokkeren van een omgangsregeling ook gaat zien als een vorm van kindermishandeling. Op dit gebied heeft de kinderbescherming echter nog een hele cultuuromslag voor de boeg.
Let wel: er bestaan ouders aan wie men zijn kat nog niet zou toevertrouwen. Dit zijn ouders wier gedrag in bijzijn van hun kinderen bepaald wordt door alcohol, drugs, criminaliteit, mishandelneiging. Deze ouders komen ook zonder een scheiding in aanraking met kinderbeschermingsmaatregelen.
Tenslotte: de Commissie de Ruiter hield zich bezig met de toekomst. Er is in de afgelopen decennia echter aan tienduizenden mensen, vaders en kinderen, onrecht gedaan. Ze zijn gefrustreerd in hun rechtsgevoel. Het belangrijkste wat ze hadden is ze - vaak met een absurde argumentatie - afgenomen. Er is alle reden voor een overheidscommissie die zich buigt over het herstellen van de aldus veroorzaakte schade.
Samenvattend:
- Rechters moeten de wet uitvoeren.
- Het frustreren van de omgang moet expliciet als kindermishandeling worden beschouwd
- Het ontouderen van een ouder moet onmogelijk worden gemaakt. Enige uitzondering: kindermishandeling.
- Het horen van kinderen ouder dan twaalf jaar mag alleen plaatsvinden als er omgang gegarandeerd kan worden
- Bemiddeling tussen scheidende partners kan nuttig zijn, maar zal minder noodzakelijk worden als er een garantie is van omgang
- Er moet iets gedaan worden voor de tienduizenden oorlogsslachtoffers.
Deze tekst kwam tot stand met medewerking van: Joep Zander, Truus Barendse, Roelof Berkamp, Peter Prinsen, Wouter Hanhart, Addy Weeber.
Eindredactie: Theo Richel
13 december 1996