In Anders Scheiden wordt toegegeven dat er een omgangsproblematiek bestaat, maar er wordt niet ingegaan op de omvang daarvan. Hoewel exacte cijfers niet beschikbaar zijn, hebben verschillende publicisten zich gebogen over dit vraagstuk. Een overzicht:
* Jaarlijks vinden er volgens het begin dit jaar verschenen rapport 'De praktijk van het omgangsrecht' in Nederland tussen de 35.000 en de 37.000 echtscheidingen plaats. In ongeveer de helft van de gevallen zijn er minderjarige kinderen. Laten we uitgaan van 17.500 scheidingen waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn. In 1994 stelde de rechter in een vijfde van de echtscheidingszaken met kinderen een omgangsregeling vast. Je mag ervan uitgaan dat deze 3500 gevallen als probleemgevallen te omschrijven zijn: als de rechter vast moet stellen hoe vaak je je kind te zien krijgt dan is er ook iemand die dat tracht te verhinderen. In 4% van de gevallen van echtscheidingen waarbij de rechter gevraagd wordt zich uit te laten over een omgangsregeling beslist de rechter dat er geen omgang dient te komen. In het bovenstaande voorbeeld zou dat neerkomen op 4% van 17.000 is 680 gevallen. 680 vaders (doorgaans) krijgen dus jaarlijks te horen dat ze hun kind(eren) niet meer mogen ontmoeten.
Je kunt een poging doen om het positief te bekijken: van de 17.500 echtscheidingen jaarlijks waarbij kinderen betrokken zijn hoefde de rechter in 80% van de gevallen geen omgangsregeling vast te stellen (14.000). De vraag is echter hoeveel reden er is voor zo'n positieve blik: een gedeelte van die 80% maakt later alsnog een zaak aanhangig om omgangsregelingen vastgesteld te krijgen, maar een gedeelte haakt af.
* Hoeveel rechtszaken er later plaats vinden om een omgangsregeling te realiseren konden de makers van het rapport 'De praktijk van het omgangsrecht' niet achterhalen. Ze vroegen aan een drietal arrondissementen hoeveel zaken er plaats vonden en op basis van die gebrekkige cijfers is te berekenen dat dat er in Nederland jaarlijks zo'n 800 zijn. In een kwart van de gevallen (200) beslist de rechter dat omgang niet plaats dient te hebben. Plus de eerdere 680 maakt dat in Nederland 880 mensen, meest vaders, jaarlijks van de rechter te horen krijgen dat ze hun kinderen niet meer mogen zien.
Maar zeker niet iedereen met een gebrekkig nagekomen of niet bestaande omgangsregeling gaat naar de rechter. Een feit is dat advocaten vaak hun cliënt ontraden om hun recht te gaan halen: 'Met de rechter gaat een scheiding nog slechter' weten veel advocaten dan. Ze maken duidelijk dat de kansen dat de vader een normaal contact met zijn kind kan krijgen klein zijn; dat de moeder alle mogelijkheden heeft om tegen te werken en dat een en ander behoorlijk lang kan duren, het zijn allemaal geen bevorderende factoren voor een bezoek aan de rechter.
* Uit de 'produktiecijfers' van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat men daar in 1994 4364 zaken heeft behandeld die betrekking hadden op echtscheidingen. (Perspectief nr 6 okt 1996)
* Ten behoeve van zijn boek over het vaderschap verrichte pedagoog Joep Zander uit Deventer de volgende calculaties: in 1995 waren er 38806 echtscheidingen. Hierbij waren in 19.713 gevallen kinderen betrokken, en dat zou omgerekend op ongeveer 30.000 kinderen neerkomen.
In 1995 verliep de gezagstoewijzing na huwelijk als volgt: 5% aan man, 71% aan vrouw, 7% divers (allebei een deel van de kinderen) toegewezen, 17% handhaving gezag (co-ouderschap) Dit alles op grond van extrapolatie van CBS-gegevens.
Uit onderzoek blijkt dat 40% van de kinderen een jaar na echtscheiding het contact met een van de ouders mist. Dat zou neerkomen op 12.000 kinderen per jaar die hun vader niet meer kunnen ontmoeten (grootouders en overige familieleden niet meegerekend).
Er zijn ook kinderen die worden geboren uit niet huwelijkse relaties. Deze groep is kleiner dan de kinderen die binnen huwelijken geboren worden, maar gezien het lossere karakter van deze relaties schat Zander dat in deze groep verhoudingsgewijs meer vaders en kinderen elkaar niet meer zien. Hij schat dat alles bij elkaar genomen de groep kinderen die één van de ouders nien meer ziet jaarlijks groeit met tussen de 15000 en 16000 kinderen.
Over feitelijk contact tussen ouders en kinderen is ongeveer de helft van de ouders tevreden. Dit betekent dat in de helft van de contacten/regelingen er een bevredigende vreedzame en bestendige situatie lijkt te bestaan. Dat betekent per saldo dat 75% van de kinderen uit een scheidingssituatie zich in een bijzonder onbevredigende situatie bevindt
Deze aantallen komen er elk jaar dus bij, dus het gaat cumulatief om honderdduizenden 'gevallen'.
Zander:'Tot mijn verrassing bleek me dat in Duitsland waar bet familierecht bijna hetzelfde is georganiseerd als hier het percentage (50% geen contact) hetzelfde lag. Deze waarneming verhoogt de betrouwbaarheid van het gegeven.
Samenvattend: Deze cijfers zijn verre van volledig maar ze maken het in ieder geval heel moeilijk om het probleem te bagatelliseren. Staatssecretaris Schmitz probeert dat wel door te spreken over een probleempercentage van 4 à 5%, maar daarbij baseert zij zich uitsluitend op de aantallen rechtszaken over dit onderwerp. Zoals elders uit dit stuk blijkt, adviseren advocaten juist vaak om geen pogingen te ondernemen het recht te halen.
Hierboven is gezegd 'Slechts een klein gedeelte van de gescheiden vaders zal een normale omgang met hun kinderen kunnen hebben'. Sommigen zullen dit overdreven vinden, aangezien er toch heel wat omgangsregelingen worden vastgelegd en uitgevoerd. Het misverstand zit hem erin dat een omgangsregeling iets volstrekt anders is dan een normaal contact. De dochters van TR (een van de auteurs van dit stuk) wonen in hetzelfde dorp als hij. Ze onderhouden met hun vriendjes een normaal contact, ze eten en logeren dat het een lieve lust is - en terecht. Met hun vader onderhouden ze geen normaal contact maar een omgangsregeling. Dat betekent dat ze niet naar hem toe durven komen buiten de strikt vastgelegde uren, en als ze het doen zetten ze schielijk de fiets achter een muurtje opdat een langsrijdende moeder het niet zal zien (anders zwaait er wat). Volgens de gangbare opvattingen hebben de beide ex-en het prima geregeld - maar de vader en de kinderen ervaren het als een gestreste toestand (de opvattingen van de moeder zijn niet bekend). Bij de scheiding - via bemiddeling tot stand gekomen - was overigens afgesproken dat de kinderen geen strobreed in de weg gelegd zou worden m.b.t. het contact met de vader maar na de scheiding bleek die toezegging 'vergeten'. De advocaat adviseerde vooral verder niets te doen, en zeker geen juridische stappen te ondernemen, dan zou alles alleen maar slechter worden.
Deze omgangsregeling komt niet in de statistieken terecht een mislukking of een probleem dat bij de rechter belandt. Het is volgens de gangbare inzichten een succes.